In Niemand In De Stad volgen we (voornamelijk) corpsbal Philip, die met vallen en opstaan (voornamelijk vallen) volwassen wordt. Zijn twee beste vrienden, Matt en Jacob, zijn totaal verschillend en worstelen dan ook allebei met andere problemen. Terwijl Philip zijn jeugdliefde verlaat en voor het eerst het studentenleven van alcohol en seks induikt, gaan Matt en Jacob gebukt onder hun succesvolle vaders, met alle gevolgen van dien. Dit is waarom jij Niemand In De Stad ook moet gaan zien. 

Het is echt

Toen ik de omschrijving van Niemand In De Stad – semi-goedgestelde student vecht zich los van zijn omgeving door middel van seks, alcohol en slecht gedrag – voor het eerst las, kreeg ik een ‘Alleen maar nette mensen’ gevoel. En daar zit wat in: het is een soort reboot van de Bijlmer-centrische film, maar Niemand In De Stad is tegelijkertijd ook iets wat compleet losstaat daarvan. Er hangt een arthouse sfeertje aan, en doet je meer nadenken over studentenverenigingen in Nederland en verhoudingen tussen man, vrouw, vader en zoon. Na het kijken realiseer je je dat dit in het echt ook makkelijk kan gebeuren, en waarschijnlijk al vaak gebeurd is. Wat ook verfrissend echt is aan de film, zijn de acteurs. Minne Koole, Jonas Smulders en Chris Peters – voor wie de hoofdrollen weggelegd zijn – zijn allemaal extreem geloofwaardig in hun rol en overtuigen je zonder moeite. 

Het is herkenbaar

Er valt zonder twijfel te zeggen dat íedereen zich in een bepaalde scène uit de film herkent. Misschien in een scène over de stroeve relatie tussen vader en zoon, misschien wanneer Philip zijn vriendin vertelt dat hij vreemd is gegaan en of zelfs wanneer de corpsballen geconfronteerd worden met het overlijden van een van hen. Toen ik de fim keek, had ik echt het gevoel alsof ik naar een waargebeurd verhaal keek. Tuurlijk, op sommige punten is het ietwat overdreven, maar nooit ongeloofwaardig. En omdat het zich afspeelt in en rond het centrum van Amsterdam is het nóg herkenbaarder, de personages lopen op plekken waar jij hoogstwaarschijnlijk ook wel eens geweest bent. 

Het stelt belangrijke onderwerpen aan de kaak

Worstelen met jezelf, je familie of je studie, vreemdgaan, depressie en zelfmoord: het komt allemaal aan bod in Niemand In De Stad. En het wordt weergegeven zoals het echt is: vaak zie je niet dat mensen het moeilijk hebben tot het te laat is. Niemand In De Stad heeft de (grote) potentie om een discussie aan te wakkeren over zelfmoord onder gelukkige- en succesvol lijkende jongeren. En geloof mij, aan die discussie wil je deelnemen. 

Het is actueel

Je herinnert je de herten, rare ontgroeningsrituelen van en ophef over studentenverenigingen van de afgelopen tijd vast wel. En alhoewel het boek Niemand In De Stad uit 2012 stamt, is de film verrassend actueel en eigentijds. De situaties die in de film – op verbazingwekkend goede wijze – geschetst worden zijn ook nu nog aan de orde van de dag. Mannelijke studenten die veel vreemdgaan en vrouwen eigenlijk alleen als verzorgers of lustobjecten zien. Maar ook jongens die gebukt gaan onder het succes van hun vaders en daardoor met zichzelf in de knoop komen. In Niemand In De Stad wordt geenszins de illusie gewekt dat het studentenleven alleen maar rozengeur en maneschijn is, in tegendeel: het is soms verdriet hebben en hard knokken. En het is mooi te zien dat niet alles weggestopt wordt. 

Op 27 september is de première, op het Nederlandse Film Festival. Vanaf 4 oktober kun je Niemand In De Stad zien in de bioscoop. En dat wil je.