Een tentoonstelling over een kunsthandel is eerder gemaakt, over Nederlandse kunsthandelaren uit de 19de en 20ste eeuw maakte het Rijksmuseum al eens een tentoonstelling. En in 2016 maakte het Singer Museum in Laren nog een tentoonstelling over de Amsterdamse kunsthandel Buffa. Ik vind het heel interessant wat meer weten te komen over de kunsthandel en dat wat de kunsthandelaar drijft. De kunsthandel is immers een heel belangrijke schakel tussen de maker, de koper en het museum. En, zo blijkt in deze tentoonstelling, kan de kunsthandel/galerie ook de smaak van het publiek beïnvloeden door het maken van vernieuwende tentoonstellingen.

Eye-opener

De kunsthandel van Martien de Boer was op vele punten belangrijk. Zo had de Boer de traditionele invulling van kunsthandel losgelaten en fungeerde hij ook als galerie en maakte hij tentoonstellingen. Daarbij specialiseerde hij zich in de moderne kunst en bewoog hij zich tussen figuratieve en abstracte kunst. Voor veel van zijn klanten waren zijn tentoonstellingen een eye-opener, hij liet hen zien dat er tussen figuratieve en abstracte kunst geen wezenlijk verschil bestaat. In een tijdperk dat gekenmerkt werd door vernieuwingsdrang was Kunsthandel M.L. de Boer voor velen een baken van goede smaak. Door zijn zorgvuldig samengestelde thematentoonstellingen kreeg zijn zaak zelfs de reputatie een ‘museale’ kunsthandel te zijn.

Ontwikkeling van smaak

Van bevriende kunstenaars leerde Martien de Boer kijken en mede door hun invloed ontwikkelde zijn smaak. In eerste instantie richtte hij zich vooral op Nederlandse figuratieve kunst, in de jaren vijftig gaat hij ook naar het buitenland kijken. Toen kunsthandel de Boer in 1945 begon werden er vooral stillevens en landschappen verkocht, al in 1946 kwam er verandering en organiseerde hij een tentoonstelling over kunstenaars die zowel expressionistisch als realistisch werkten.

Hij onderscheidde daarbij twee soorten kunst en kunstkopers, ten eerste (traditionele) kunst voor de doorsnee kunstverzamelaar, niet te groot en bijvoorbeeld een stilleven en ten tweede (modern) expressionistisch werk voor de meer professionele kunstverzamelaars en musea.

Nog een eye-opener

Belangrijke kunstenaars die via Kunsthandel de Boer hun werk verkochten waren Jan Sluijters en Leo Gestel. Voor veel klanten vormde de tentoonstelling die de Boer in 1969 met het werk van deze twee schilders organiseerde, een eye-opener wat betreft de gebruikte kleuren. In plaats van de ingetogen werken uit de 19de eeuw, begon men nu de kleurrijke schilderijen van Sluijters en Gestel te waarderen en te kopen. De Boer probeerde daarbij zijn klanten meer te interesseren voor de abstracte kunst.

Kunsthandel

In de 60 jaar dat Kunsthandel M.L. de Boer bestond zijn er bijna 15.000 kunstwerken verkocht. De kunsthandel had een groot aantal vaste klanten, naast particulieren waren dit ook bedrijven, banken en musea. Naast schilderijen werden er ook beelden verkocht. De jaren '60 en '70 waren de meest succesvolle jaren met een omzet die vele malen groter was dan vergelijkbare galeries uit die tijd.

Kunstenaars

Naast Sluijters en Gestel was er bij Kunsthandel M.L. de Boer aandacht voor Charley Toorop, Jan Wiegers, Serge Poliakoff, Otto de Kat, Geer van de Velde, Gaston Chaissac, Kees Verwey, Corneille, Lorenzo Pepe en Marino Marini.

Tentoonstelling

De tentoonstelling is niet heel groot, maar de werken zijn van een bijzonder hoge kwaliteit. Ik heb genoten van elk schilderij, de duidelijke uitleg en van het feit dat een kunsthandel annex galerie zo betrokken is bij de kunstenaars en bij de ontwikkeling van interesse voor de abstracte kunst bij het grote publiek. Bijzonder vond ik dat de meeste schilderijen nog steeds in particuliere collectie zijn, en dus niet toegankelijk voor het grote publiek. Daarom is het des te bijzonder dat deze schilderijen, allen ooit verkocht door Kunsthandel M.L de Boer, hier bij elkaar hangen.

Praktische informatie

Nog tot en met 16 september 2018 in de Zuidvleugel van het Rijksmuseum.

Kijk voor meer informatie op de site van het Rijksmuseum.