Vogue-elementen

Faz Que Vai (Set To Go) toont scènes waarin dansers voor een sobere achtergrond een ingewikkelde choreografie uitvoeren. Denk aan een betonnen dakterras, een vervallen appartementencomplex of een verlaten zwembad met een ijzeren hek omheind. De meeste dansers zijn compleet uitgedost in een vrouwelijk Frevo kostuum. Ze zijn transgenders van gemengde, Afrikaanse afkomst, die zich deze folkloristische Frevo dans toegeëigend hebben door de traditionele dans te transformeren tot sensuele bewegingen met Vogue-elementen.

De film barst van de symboliek. Geen object is zomaar een object. De laatste scène trekt in het bijzonder de aandacht. De danser heeft zijn dans afgerond en zit in een wulpse pose op de grond. Hij lacht verleidelijk naar de camera en knippert met zijn ogen. Vervolgens zoomt de camera in op zijn parapluutje, de make-up, de bruine huid, de vertrapte Nikes. Allemaal uiterlijke kenmerken die in zichzelf geen betekenis dragen, maar verwijzen naar de culturele en economische positie van de danser. De dansers belichamen de opkomst van een subcultuur, waarin het mannelijke en het vrouwelijke, het traditionele en het subversieve, het armoedige en het extravagante door elkaar lopen.

Muziekgenre uit de favela’s

Ook in de korte film Estás Vendo Coisas (You Are Seeing Things) komt zo’n ‘Do It Yourself’ subcultuur aan bod: de brega muziekscene. Brega (letterlijk: tacky) is een immens populair muziekgenre dat zijn oorsprong heeft in de favela’s van Recife in het noordoosten van Brazilië. En dat nu de rest van Brazilië overneemt. Het geluid is een soort mix tussen reggaeton, funk en traditionele Braziliaanse Bregamuziek. We volgen twee teenage Brega-artiesten in de opnamestudio. Hij is kapper, zij werkt bij de vuilnisdienst. In hun vrije tijd zijn ze Brega-sterren in de dop. Het gescripte verhaal van de tieners wordt afgewisseld met echte opnames van een Brega-muziekvideo op straat. Een groepje buurtbewoners is op een kluitje aan het dansen, een beetje rommelig en geïmproviseerd. De vrouwen draaien sexy met hun heupen, de mannen bewegen op z’n macho’s. Die sekse-scheiding komt terug in de teksten. De mannen rappen: ‘Who calls the shots, baby?’ De vrouwen zingen: ‘The boss! The boss!’

Net als in Faz Que Vai toont deze film mensen in gemarginaliseerde posities die via muziek en dans actief hun eigen groepsidentiteit creëren en via sociale media hun ruimte opeisen. De beelden zijn op momenten dichtbij en realistisch en soms zodanig geforceerd en gescript dat ze mij weer op afstand plaatsen. Deze collageachtige vorm van de films onderstreept het collageachtige karakter van de subcultuur.

Wagner en De Burca tonen in hun films de grote culturele diversiteit in Brazilië en benadrukken met hun knip-en-plakfilms dat cultuur geen statisch begrip is, maar continu aan verandering onderhevig. In het bijzonder benadrukken hun films de emancipatoire en verbindende rol van muziek en dans in gemarginaliseerde groeperingen. Ze brengen mooi in beeld hoe de officiële cultuur van het land wordt betwist en gedestabiliseerd door nieuwe DIY-subculturen in de marge die hun eigen leefwereld actief vormgeven. Een aanrader, deze tentoonstelling.