Dit artikel is eerder verschenen in de Uitkrant

Tekst: Joke van der Weij

‘Dit is geen tentoonstelling voor echte beer geeks’, zegt gastconservator en bierdeskundige Edo Dijksterhuis, ‘maar meer voor mensen die merken dat er iets aan de hand is in bierland. Die zien dat er in het café meer dan twee biertaps zijn en dat de flesjes allang niet meer beperkt zijn tot Duvel en Tripel.’ Daar zeg je ons wat. In Amsterdam wordt het ene na het andere bierlokaal geopend met de meest innovatieve bieren, dus een tentoonstelling over de geschiedenis van deze heilzame dorstlesser is zeer op zijn plaats. En wel degelijk interessant voor geeks en craftbeer-drinkers. Sterker nog, die moeten er verplicht naartoe om te beseffen dat ze met hun hippe bier boven op een piramide staan van biertonnen die eeuwenlang door Amsterdamse brouwers zijn gevuld.

Het voeden der wezen, Jan Victors, 1659-1660

Links op het schilderij is te zien hoe bier wordt getapt. Bier hoorde bij de dagelijkse kost, ook voor kinderen. 

Verloren strijd

Bezoekers van de tentoonstelling, door Dijksterhuis samengesteld in samenwerking met Irma Enklaar, gaan achterstevoren door de biergeschiedenis. Het bierverhaal begint in het Amsterdam van nu, een stad met meer dan 45 brouwerijen. En dan te bedenken dat er in 1980 in heel Nederland nog maar 15 brouwerijen over waren. Toch maar even terug in de tijd, want de geschiedenis van Amsterdam is volgens Dijksterhuis heel mooi te illustreren aan de hand van bier. ‘Vanaf de middeleeuwen was bier een volksdrank, gedronken door jong en oud, man en vrouw. Het werd lokaal gebrouwen op basis van het specerijenmengsel gruit, of geïmporteerd uit Duitsland. In de dertiende eeuw kwam er iets nieuws: bier met hop, dat helaas verboden werd door het stadsbestuur. Hoppenbier was weliswaar smakelijker en beter te conserveren, maar op gruit werd belasting geheven en op hop niet.’ Meestal wint het profijt, maar deze strijd is verloren. Proef maar eens een IPA. En het bier wordt ook niet meer op sleden vervoerd omdat er belasting werd geheven op het gebruik van wielen. Sommige dingen zijn er echt op vooruit gegaan, zoals het ook fijn is dat er geen grachtenwater meer gebruikt wordt. ‘Tot in de zestiende eeuw is Amsterdam als bierstad niet eens zo belangrijk, maar met de komst van de VOC wordt er scheepsbier geproduceerd en dat ging in grote volumes’, aldus Dijksterhuis. Ondanks de gestage bierproductie krijgt Amsterdam pas aan het eind van de negentiende eeuw zijn eerste echte international: Heineken.

Posters Heineken

Pullen en glazen

Interessante geschiedenis, maar hoe laat je het zien in een tentoonstelling? Met pullen en glazen? Dijksterhuis: ‘Er is inderdaad een heel mooi glas uit de zeventiende eeuw, ter viering van de succesvolle hopnegotie. Daar werd overigens wijn uit gedronken. Er staan ook pullen, maar omdat elk zaal een combinatie biedt van historisch en hedendaags vind je daarnaast ook het Halbebier, een protestbier gebrouwen ‘ter ere van’ Halbe Zijlstra, de grote cultuurbezuiniger’. Andere combi’s: een historische tapzuil van keramiek naast aandacht voor het brouwproces. En behalve het tegeltableau van de Amsterdamse brouwerij De gekroonde valk is ook de prachtige nieuwe film Beer van Erik van Lieshout te zien.’

De Druif

Het is dus niet allemaal nostalgie, hoewel de reclame-uitingen, vooral van na de oorlog (‘Het Bier is Weer Best’) zeer de moeite waard zijn. Uiteraard is er aandacht voor het bruine café. In 1806 telde Amsterdam bijna 1800 tapperijen. Nog steeds wemelt de stad van de biergelegenheden, waaronder een paar heel oude. De Druif op het Rapenburgerplein spant de kroon met 414 jaar. De stamkroeg van Piet Hein. Zou hij ook wel eens een glaasje te veel gedronken hebben? Voor alcoholmisbruik wordt al heel lang gewaarschuwd; ach vaderlief, toe, drink niet meer. Maar met die smakelijke Amsterdamse biertjes – desnoods laag-alcoholisch – zeggen we toch eerder: nog ééntje dan.

 

Expo:

Stad van bier en brouwers

Amsterdam Museum

10 juli t/m 1 november