Pianist en acteur Christiaan Kuyvenhoven speelt deze solovoorstelling, een ontroerende, muzikale monoloog over liefde en verdriet van een jongeman in de jaren twintig.

Als Nol Rieske met zijn moeder meegenomen wordt naar ‘de Tuin’ raakt hij betoverd door het koperorkest. De muziek neemt bezit van hem en hij danst met Trix, dochter van de dirigent. Dit merkwaardige, onbereikbare meisje; de drankzuchtige musicus Cuperus en de magische wereld van de muziek laten hem niet meer los. Het is het begin van een noodlottige liefdesgeschiedenis.

Het dromerige ‘zoontje van de rechter’ zet zich af tegen de burgerij van begin 20ste eeuw. Met woord en daad verdedigt hij zijn excentrieke held Cuperus, van wie hij pianoles krijgt en alles leert over de Carmen van Bizet. Als de plaatselijke notabelen een uitvoering van deze opera organiseren – met solisten uit Amsterdam! – betekent dit de maatschappelijke afgang voor Nols leermeester. Maar ook voor de trotse, afstandelijke Trix zal het dramatische gevolgen hebben.

Deed Nol er juist aan om voortijdig het theater te verlaten? Of is het zijn grootste fout?
Had hij Trix voor haar lot kunnen beschermen en voor eens en altijd voor zich kunnen winnen?