Op 3 juli 1998 biedt de Afro-Europese vrouwenbeweging Sophiedela het kabinet de petitie "Sporen van slavernij" aan en hiermee komt de herdenking van het slavernijverleden op de politieke agenda. Minister van Boxtel van Grote Steden- en Integratiebeleid, neemt de coördinatie van de totstandkoming van het monument op zich.

Organisatie
De initiatiefnemers voor het monument verenigen zich in de Stichting Nationaal Monument Nederlands Slavernijverleden (Het Landelijk Platform Slavernijverleden, LPS), waarbij zich ongeveer achttien organisaties van Surinaamse, Antilliaanse, Arubaanse en Afrikaanse signatuur hebben aangesloten. Het LPS is een officiële gesprekspartner van de rijksoverheid als het gaat om de realisatie van het monument en hebben zich als doel gesteld het slavernijverleden van Nederland onder de aandacht te brengen en de doorwerking daarvan in de hedendaagse multiculturele samenleving.

Eind 1999 installeert Van Boxtel het Comité van Aanbeveling Nationaal Monument Slavernijverleden. Rond het thema `Verbonden door vrijheid` organiseert het Comité debatten, de scholierenprijsvraag "Je bent vrij om te schrijven" en een aantal `goodwill ambassadeurs` worden aangesteld. Met deze ambassadeurs is een belangrijke schakel gelegd naar het grote Nederlandse publiek.

Kunstenaars
Het streven naar een nationaal monument is gerealiseerd. Het is een waar nationaal monument en symboliseert de verbondenheid door vrijheid van álle Nederlanders. Het monument is een feit en zal geplaatst worden in het Oosterpark. Negen kunstenaars dingen mee naar de eer om het monument te mogen vormgeven: te weten Narcisio Roberto Simon, Geraldo Steven Pinedo, Nelson Carrilho, Soheila Najand, Meschac Gaba, Ed van Doorn, Remy Jungerman, Glenda Heyliger en Erwin de Vries. Aan de Surinaamse kunstenaar Erwin de Vries de eer. Hij creëerde een monument dat verleden, heden en toekomst in zich draagt.