Deze achtkante bovenkruier werd in 1722 gebouwd en zou zich in de daaropvolgende 178 jaar uitsluitend met het pellen van gerst bezighouden. In 1899 ging men over op het verwerken van Hamburger en Bremer koffiedoppen. Rond de Eerste Wereldoorlog werd er zaagsel tot houtmeel vermalen, een grondstof voor de linoleumfabricage. Deze activiteit hield men vol tot 1954, waarna de molen in het bezit kwam van een grote gortpellerij. In 1961 werd de molen overgedragen aan de Vereniging De Zaansche Molen. Na een grote restauratie begin jaren zeventig ontstonden de plannen om met de molen weer gerst te pellen en te bewerken tot parelgort. En zo maakt Het Prinsenhof nog steeds de echte parelgort.