Begijnen
Vanaf ongeveer 1150 begonnen vrouwen een vorm van religieus leven buiten alle kloosterverband om. Zij deden veel aan ziekenzorg. Men kan zeggen dat dit de eerste Begijnen waren, hoewel de naam Begijn pas later ontstond. Begijnen waren dan ook geen nonnen. Zij woonden niet in de beslotenheid van een klooster. Zij hadden geen ordestichters en geen eeuwige kloostergeloften. Wel moesten zij ongehuwd zijn, een gelofte van kuisheid afleggen en waren ze gehoorzaamheid verschuldigd aan de pastoor.

Ook hadden zij geen gelofte van armoede afgelegd en dus konden zij de beschikking houden over hun eigen bezit. Ze konden hun geloften op ieder moment opzeggen en het Begijnhof verlaten, bijvoorbeeld om in het huwelijk te treden.