"Lees de woorden van mijn liederen niet. Lees het onleesbare achter de woorden," maande Jacob Israël de Haan (1881-1924) zijn lezers. Een man van tegenstrijdigheden, rusteloos in zijn verlangen naar harmonie. Een gepassioneerd prediker van het vrije woord, die zijn tijdgenoten aanspoorde over grenzen heen te kijken. Niet voor één waarheid te vangen, zette hij in zijn werk én in zijn leven de heersende moraal voortdurend op scherp. Zo werd hij, zoon van orthodox joodse ouders, openlijk verliefd op een Palestijn. Op 30 juni 1924 werd De Haan voorgoed de mond gesnoerd: met drie pistoolschoten werd hij in Jeruzalem om het leven gebracht.