Homo’s vinden dat hij mee moet varen op de Marokkaanse boot tijdens de Gay Pride. Imams vinden dat hij vaker de islam moet prediken op televisie. Nederlanders vinden dat hij de Marokkaanse jeugd moet aanspreken. Politici vinden dat hij in het openbaar afstand moet nemen van IS. Boze Marokkanen vinden dat hij een kaaskop is geworden.

Iedereen lijkt precies te weten wie Ali is en wat hij zou moeten doen. Wat heeft hij daar over te zeggen? Gaat hij om zijn moeder roepen, schuimbekkend fatwa’s uitspreken, zijn critici aan gort rappen of iedereen met humor te lijf? In Je suis Ali wordt het allemaal duidelijk.