Edo de Waart en de laatromantiek

In 1973 leek Reinbert de Leeuw met de ‘symphonische Dichtung’ Abschied niet alleen afscheid te nemen van de Duitse romantiek en het daaruit voortvloeiende expressionisme, hij was ook van zins het componeren eraan te geven. Gelukkig kwam hij hierop terug. Zo klonk in februari 2014, ter gelegenheid van de vijfenzeventigste verjaardag van de dirigent en componist, het veelgeprezen Der nächtliche Wanderer in de ZaterdagMatinee, een verdere uitwerking van de thematiek die De Leeuw in Abschied al aansneed. Nu keert Abschied terug op de plek waar het hoort: het concertpodium. Omringd door het zuchtende expressionisme van Franz Schreker – het Vorspiel zu einem Drama werd vlak voor de Eerste Wereldoorlog geschreven – en de onbekommerde romantiek van Tsjaikovski ontpopt het werk zich tot scharnier tussen verschillende tijden.

De oorspronkelijke Tsjaikovski

Bijzonder is ook dat de inzet van Tsjaikovski’s Eerste pianoconcert deze keer een verrassing biedt. In plaats van de vermaarde openingsakkoorden uit de ‘definitieve’ derde versie – een versie die waarschijnlijk niet eens van de componist zelf afkomstig is – klinkt hier een dromerig begin. Een mooie rehabilitatie van het oorspronkelijke idee van de componist.


Deze content wordt beschikbaar gesteld door Het Koninklijk Concertgebouw