Tussen hemel en hel

Een programma van tegenstellingen die tot uiting komen in één werk. Zoals in Liszts Après une lecture du Dante, een muzikale helletocht die eindigt in hemelse sferen. Maar ook tussen de werken van Couperin en Chopin, beiden klaviercomponisten bij uitstek, bestaan grote contrasten. Couperin schiep een canon voor het klavecimbel met tientallen allemandes, gigues, sarabandes en andere barokke dansvormen die hij tot virtuoze klavierwerken transformeerde. Chopin opende met zijn romantische nocturnes, ballades en mazurka’s een nieuwe wereld voor de piano.

Martyn van den Hoek en Martin Oei

Voor deze gelegenheid vormen Martyn van den Hoek en Martin Oei ook een duo in het Tweede pianoconcert van Liszt, in de zetting voor twee piano’s. Een niet ongebruikelijke uitvoeringspraktijk in salons en concertzalen in de negentiende eeuw, waarbij de leraar zijn leerling begeleidde in een compositie van eigen hand. Het concert besluit met het weinig gespeelde Rondo in C van Chopin voor twee piano’s.

Over de instrumenten

Martyn van den Hoek speelt op een Steingraeber & Söhne, een vleugel die volgens Martyn van den Hoek ideaal is, omdat je vrij makkelijk kunt schakelen tussen bijna onhoorbaar zacht en heel explosief spel. Daardoor leent het instrument zich ook heel goed voor muziek uit zulke verschillende stijlperiodes als die van François Couperin en Frederic Chopin. Martin Oei bespeelt vanavond een Bösendorfer. Hij begon zijn pianolessen op een Perzina, maar was verkocht toen hij eenmaal een Bösendorfer had aangeraakt. ‘Hij heeft een krachtige, warme ronde toon en de verschillende registers – laag, midden en hoog – zijn goed uitgebalanceerd. En hij speelt redelijk licht, wat ik heel prettig vind.’

Deze content wordt beschikbaar gesteld door het Koninklijk Concertgebouw