Mozarts Litaniae en Te Deum

Mozart schreef Litaniae de venerabili altaris sacramento in Salzburg in 1776. In die tijd werd hem bij het componeren dwang opgelegd door aartsbisschop graaf Hieronymus Colloredo, die Mozarts talent voor het schrijven van kerkmuziek niet erg waardeerde. Mozart had op dat moment weinig mogelijkheden om werkelijk vrij te zijn in het componeren, en deze litanie is een van de buitenkansjes die hij kreeg. Het resultaat is een mix van de oudere strikte stijl en van elementen uit zijn liefde voor de opera. Mozarts Te Deum laudamus is een gelaagde poging om het oudere Te Deum om te werken tot iets nieuws, ook qua tekst overigens. Het stuk was destijds zeer succesvol en het toont Mozarts karakteristieke schwung en melodische virtuositeit.

Het geliefde Requiem

In de componeerfase van het Requiem ging de gezondheid van Mozart sterk achteruit. Tot zijn dood op 5 december 1791 had hij enkel de opening compleet met orkestpartijen en vocale partijen op papier staan, plus de vocale partijen en de basso continuopartij van het Kyrie, evenals een belangrijk deel van het Dies irae. Bij overige delen van de compositie staan meestal slechts aanzetten van enkele maten genoteerd. Deze waren echter wel de cruciale 'reminders' voor de latere uitwerking door zijn leerling Süssmayr.

Deze content wordt beschikbaar gesteld door het Koninklijk Concertgebouw