Daniele Gatti

Daniele Gatti leidt drie composities, met de natuur als verbindend thema, die de grote muzikale veranderingen van rond 1900 belichamen: Prélude à l’après-midi d’un faune en La mer van Claude Debussy, en Igor Stravinsky’s Le sacre du printemps. Alledrie de werken raakten na hun eerste uitvoeringen door het Concertgebouworkest met hun wonderschone en inventieve orkestratie onmiddellijk een snaar bij pers en publiek, en werden al snel ingelijfd bij het standaardrepertoire.

Debussy en Stravinsky

In 1914, vier jaar voor zijn dood, dirigeerde Debussy zelf zijn Prélude bij het Concertgebouworkest. Na afloop werd hij door een applaudisserende menigte bij de artiesteningang opgewacht. Stravinsky was in 1924 voor het eerst te gast bij het orkest en keerde regelmatig terug. In 1926 leidde hij twee keer op een dag Le sacre du printemps, met langdurige en luidruchtige ovaties tot gevolg. Onder Gatti voert het orkest deze drie baanbrekende klassiekers voor het eerst in één programma uit.


Deze content wordt beschikbaar gesteld door Het Koninklijk Concertgebouw