Eschenbach, Messiaen en Bruckner

In 1930 meldde Olivier Messiaen zich als 22-jarige jongeman aan het front van het Franse componeren met een partituur die direct duidelijk maakte waar hij voor stond. In zijn latere werk zou hij nog oosterse invloeden en vogelzang toevoegen, maar hier al doordesemt Messiaen zijn muziek met sporen van het gregoriaans en het katholieke geloof, als was hij een Franse incarnatie van Anton Bruckner. Van Bruckner dirigeert Christoph Eschenbach de Zevende symfonie. Waar dit werk in het teken stond van de dood – het Adagio was volgens de componist ‘een voorgevoel van de dood van Wagner’ – staat bij Messiaen de vervoering, de loutering voorop.

Zangerige lijnen in Rihms Pianoconcert

Anders dan deze ‘katholieke’ grootheden draagt de kameleontische expressionist Wolfgang Rihm in zijn werk geen religieuze gevoelens uit. Maar als altijd steunt hij ook in het Tweede pianoconcert, dat hij in 2014 voor Tzimon Barto schreef, stevig op zijn voorgangers. Het is alsof hij, samen met de geest van Bruckner, de pianoconcerten van Mozart en Schumann bestudeerd heeft. Zulke lange, zangerige melodielijnen als hier schrijft Rihm namelijk zelden.


Deze content wordt beschikbaar gesteld door Het Koninklijk Concertgebouw