Tekst: Veerle Corstens

Amsterdam wordt weer een maakstad

Noem eens een Amsterdams merk. Heineken? Nou nee, het hoofdkantoor van de brouwer zit al heel lang in Zoetermeer en de productie vind hier ook al niet plaats. De voormalige brouwerij heet niet voor niets de Heineken Experience: je kunt je hier ervaren hoe het ooit wás, jezelf onderdompelen in nostalgie naar de tijd dat er in Amsterdam nog dingen gemáákt werden.

Maar wacht even. Vlakbij Heineken, iets verder de Pijp in, is een café waar sinds een jaar een hele rij brouwketels staat. Bij Brouwerij Troost aan het Cornelis Troostplein wordt weer bier gebrouwen. En dat bier wordt direct verkocht in het café-restaurant Troost dat één geheel vormt met de brouwerij, en dat zo populair is in de buurt dat je er in weekenden geluk moet hebben om een tafel te vinden. De maakindustrie is terug in Amsterdam, maar ánders. Heineken had internationale ambities (en heeft die meer dan waargemaakt); de nieuwe makers, zoals brouwer Peter Derk Muffels van Troost, werken lokaal, kleinschalig, ambachtelijk en ze willen hun klanten een hand kunnen geven.

De energie van de stad

De handige hijsbalken aan je huis zijn er getuigen van: ooit, in de zeventiende eeuw, was Amsterdam één grote werkplaats. In het achterland van de grachtengordel met zijn pakhuizen waren talloze zaagmolens, rederijen, leerlooierijen, suikerraffinaderijen, koffiebranderijen, spinnerijen en tabaksbedrijven. Tot halverwege de negentiende eeuw – toen Amsterdam bijvoorbeeld nog 1400 sigarenmakers en tabakssnijders telde – bleef dat zo. Maar met de komst van de industriële revolutie verdween de maakindustrie naar het platteland, waar ruimte was voor textielfabrieken en grote bierbrouwerijen. Amsterdam bleef slechts de plek waar verhandeld en geconsumeerd werd. Fabrieken werden huizen en kantoren. Hamers en beitels werden computers.

Maar sinds een paar jaar is de maakindustrie helemaal terug. Dat wil zeggen: bedrijven die tastbare merkproducten maken, willen weer graag in de stad zitten. Ten eerste omdat produceren dankzij ICT overal kan: ‘hoofd’ en de ‘handen’ van een bedrijf hoeven al lang niet meer bij elkaar te zitten. En ten tweede omdat merken slimme mensen nodig hebben uit de hele wereld, en die willen nu eenmaal graag in Amsterdam wonen. TomTom is een goed voorbeeld van een wereldwijd hightechbedrijf dat middenin de stad zit.

 

Ook andere grote merken als Bugaboo volgen dat principe. Of neem Rituals, het ‘luxe home- en bodycosmeticamerk’ dat Raymond Cloosterman 15 jaar geleden startte vanuit een Amsterdamse kelder en dat nu 350 vestigingen in 15 landen heeft. Cloosterman reist zo veel dat een hoofdkantoor bij Schiphol geen gekke gedachte zou zijn. ‘Dat heb ik geprobeerd’, zegt hij. ‘Maar uiteindelijk willen we toch in de binnenstad zitten, vanwege de energie van de stad.’

Maar ook voor de kleinschalige ambachtelijke maakindustrie is weer ruimte. Brouwerijen, worstenmakers en chocoladeproducenten kunnen hier bestaan omdat er vraag is naar hun spullen. Amsterdammers zijn de meest kritische consumenten van het land. Ze willen weten wat ze eten en dat betekent lokaal geproduceerde, liefst biologische en duurzame spullen. Verder wil de Amsterdammer weer zelf maken. In plaats van een baan op het hoofdkantoor van Philips, kiest de jonge afgestudeerde ervoor om zich op het worst maken te storten.

Nostalgie

Het is wel de kleine industrie waar we het dan over hebben, weet Annelies Soede, projectmanager maakindustrie bij de gemeente Amsterdam. ‘Het zijn niet de scheepswerven die terug zijn, maar juist de ambachtslieden. Nederland was alleen nog maar kennis- en distributieland. De grote, vuile industrie verdween naar verre buitenlanden. Maar inmiddels kunnen we dankzij nieuwe productietechnieken dichter bij huis kleinere series producten maken, die inspelen op individuele behoeftes.

Een van de pioniers is Brouwerij ’t IJ naast de molen op de Funenkade, die tien jaar geleden begon met het brouwen van speciaalbieren van Belgische mout, hopsoorten van over de hele wereld en Amsterdams kraanwater. ‘Klanten vinden het leuk dat ons bier in de stad gebrouwen wordt, dat is een groot deel van de charme’, zegt bierbrouwer Tim Hendriks. ‘Maar het gaat vooral om de smaak van het bier. Misschien zijn we te ver doorgeschoten met de industrialisatie en willen we daarom weer terug naar ambachtelijke producten die met liefde gemaakt zijn.’ Nostalgie speelt ook een grote rol volgens Soede: ‘Toen ik op de middelbare school zat, betekende het uitkomen van een nieuwe breibijlage van Margriet een hit. Daarna werd het suf, alleen oma’s breiden nog. En nu zijn er ineens weer breicafés te vinden in de stad. Die hang naar authenticiteit en waardering voor het ambacht lijkt de tegenhanger van de consumptiemaatschappij.’

Het helpt ook dat verkopen en verschepen zoveel makkelijker is geworden, stelt Taco Carlier, eigenaar van fietsenmaker VANMOOF: ‘We kunnen met partijen over de hele wereld communiceren; achter de computer leg ik contacten met distributeurs in Japan en Korea. Nieuwe Amsterdamse bedrijven in een piepkleine niche kunnen over de hele wereld handel drijven. Zo zag ik in een klein hotelletje in Taipei ineens IJ-bier in de ijskast staan. En we kunnen ook over de hele wereld toeleveranciers vinden. Wij konden bijvoorbeeld geen goede geleiding voor onze fietskabels vinden en kwamen via een zoektocht op het web terecht bij Duitse luchtcompressieonderdelen die precies aan onze eisen voldeden. In het pre-internettijdperk hadden we deze oplossing nooit gevonden, nu kunnen we gemakkelijk innoveren en daardoor concurreren met de grote jongens. Onze elektrische fiets concurreert bijvoorbeeld met die van Mercedes – dat is toch ongelofelijk?’

VANMOOF Amsterdam  

Geen oude brikken meer

Het argument om dicht bij je klanten te willen zitten – in plaats van bij je productiefaciliteiten – is ook voor Jasper Uhlenbusch, verantwoordelijk voor de koffie-inkoop van de Coffeecompany, doorslaggevend: ‘Wij zitten in buurten waarin gewerkt, gewoond en gewinkeld wordt en die heb je in Amsterdam gewoon veel. In 1997 opende onze eerste zaak aan de Van der Helststraat, inmiddels hebben we 23 vestigingen in de stad. Vooral op plekken waar veel zzp’ers en studenten wonen, want dat zijn onze klanten.

De twee mannen die Brouwerij de Vriendschap begonnen, genieten vooral van de rol die ze spelen in de buurt. Ten westen van het NDSM-terrein brouwen Aart van Bergen en Peter Harms 4000 liter bier per maand. Ze zeiden de muziek en de geneeskunde vaarwel om bieren als de Puike Pale Ale, de NDSM Porter en het Zwoele Stad-zomerbier te produceren. ‘We leveren aan horeca, slijterijen, avondwinkels en delicatessenwinkels in de buurt’, zegt Van Bergen. ‘Met alle ondernemers aan wie we leveren hebben we een leuke samenwerking en mensen uit de buurt komen naar onze proeverijen. We merken dat mensen het leuk vinden om echt Amsterdams bier te drinken.

De fietsen van VANMOOF worden over de hele wereld verkocht, maar het is volgens Carlier onmogelijk om ergens anders dan in Amsterdam het hoofdkantoor te hebben. ‘Amsterdam is een onze testmarkt; als het hier werkt, werkt het over de hele wereld. Vanuit mijn kantoor aan het Oosterpark kan ik de hele dag fietsen kijken en naar negentig procent van mijn afspraken ga ik op de fiets. We hebben hier een fiets met een geïntegreerd slot en een elektrische fiets met een track & trace-chip bedacht. Via gps hebben we zo al drie gestolen fietsen teruggevonden in Miami, Zweden en Amsterdam. Zoiets hadden we nooit bedacht als we in Apeldoorn of Groningen hadden gezeten, waar fietsendiefstal een veel kleiner probleem is. Uiteindelijk helpen we hiermee ook de stad vooruit, want als er minder fietsen gestolen worden, gaan stadsbewoners minder wegwerpfietsen kopen en dus minder op oude brikken rijden. Dat scheelt waarschijnlijk fietsenstallingen vol fietswrakken.’

Amsterdam, het merk

Carlier profileert zijn VANMOOF wel als Amsterdams bedrijf, maar probeert er niet te zeer op te leunen. ‘De schattige grachten zijn niet echt passend voor ons imago. Maar bij zakelijke meetings is Amsterdam altijd goed om het ijs te breken. Of het nou de Wallen zijn, de coffeeshops of Heineken, je hebt altijd wel wat om over te praten.’ VANMOOF is wel aangesloten bij het Made in Amsterdam-label, een initiatief om Amsterdamse makers steviger op de kaart te zetten. Marit Timmerman is dit label aan het opzetten en wil Amsterdam promoten als ambachtelijk interessant gebied. ‘We hebben zo langzamerhand genoeg van Made in China. En er zijn genoeg makers in Amsterdam van mooie spullen, maar deze kleine bedrijven staan niet in contact met elkaar. Door samen een label te voeren, kunnen de brouwerijen, designers en meubelmakers samen aan marketing doen en de kwaliteit van Amsterdamse makers benadrukken. Elk bedrijf met een tastbaar product dat bedacht, geproduceerd of gevestigd is in Amsterdam kan zich aansluiten. Om het label te voeren moet je bedrijf voldoen aan duurzaamheidseisen en groeiambities. Dat kunnen startende bedrijven zijn, maar geen hobbyisten. Zowel de klassieke zilveruitjes van Kesbeke als de hippe zonnebrillen van Ace & Tate dragen nu het label Made in Amsterdam.

De meeste bedrijven vinden dat Amsterdam extra cachet geeft aan hun merk. Rem D. Koolhaas (neef van de architect) verkoopt zijn United Nude-schoenen over de hele wereld, maar vestigt zijn Europese hoofdkantoor in Amsterdam. ‘Amsterdam is weliswaar geen modehoofdstad, maar wel de hoofdstad van Nederland, bekend om zijn kunst en design. Het is bovendien echt een global village: veel geschiedenis, erg internationaal georiënteerd, heel mooi en goed bereikbaar.’

Ook designer Marcel Wanders blijft zijn stad trouw en verkoopt zijn design over de hele wereld vanuit zijn studio aan de Westerstraat. Amsterdam maakt deel uit van het DNA van zijn beroemde ontwerpbureau Moooi, zowel wat de creatieve inspiratie betreft als bij het vinden van nieuw talent. ‘Amsterdam trekt mensen aan. Het is een internationale stad die openstaat voor alle culturen. Wat creativiteit betreft lijkt Amsterdam niet op Londen, waar alles wat strakker en gestrester is. Creativiteit heeft volgens mij de vrijheid en de nonchalance nodig van een stad als Amsterdam. De mensen zijn hier erg ruimdenkend. Ik reis veel, en ik zou hier voor geen goud weg willen.’

 

‘Transport is wel moeilijk’, vindt Geert van Wesch van worstmakers Brandt & Levie. ‘De binnenstad is smal en vol. Maar dat is het enige negatieve dat ik kan bedenken aan ondernemen in Amsterdam. De gemeente is lange tijd erg betuttelend geweest over openingstijden, maar denkt steeds meer mee met ondernemers. Af en toe zouden ze ondernemers wel nog wat meer hun gang kunnen laten gaan.’

Patrick Munsters van mineraalwatermerk Marie Stella Maris vindt wel dat specifieke regelgeving met betrekking tot vergunningen en de kosten van huisvesting een nadeel zijn van ondernemen in de stad. ‘Maar Amsterdam heeft zo veel mooie en vaak uniek gerenoveerde locaties waar wij ons merk goed kunnen bouwen dat we hoogstens naar New York of Londen zouden uitwijken.’ Zijn flesjes water liggen in 150 restaurants en supermarkten.

Ook Aart van Bergen van Brouwerij de Vriendschap heeft het niet op de vele regels waar hij rekening mee moet houden. ‘Voor elke liter bier die je brouwt moet je een paar formulieren invullen en aan die papierhandel is weinig te doen. Toch zou ik nergens anders willen brouwen. Zowel mijn woon- als werkplek is en blijft Amsterdam-Noord.’

Stadsvarkens

Voor veel Amsterdamse merken is de stad ook de grootste afzetmarkt. ‘Als wij een workshop worst maken organiseren, staat de Amsterdammer daar toch eerder voor open dan een Bredanaar of een Hagenees’, aldus Geert van Wersch, die intussen een Ghanees pasteitje van een van zijn medewerkers verorbert. ‘Wij willen klanten aan ons binden door te laten zien dat we varkens van kop tot staart verwerken. Amsterdammers zijn dan wat progressiever. Ons bedrijf zit in de Houthavens zowel dicht bij de ring als bij het centrum. De stad heeft veel horeca en winkels die onze worsten inkopen en het bestedingspatroon ligt hier hoger dan bijvoorbeeld in Culemborg. Dat hebben we nodig, want ons product kan niet op prijs concurreren met de supermarkt. We moeten het van de voorsprong in kwaliteit hebben.

Toch is de verhouding stad en platteland onmisbaar. De varkens die tot worst zullen worden, kunnen natuurlijk niet allemaal in de stad terecht. Maar zelfs dat probeert Van Wersch op kleine schaal. ‘Een bevriend bedrijf is bezig met een pilot waarbij we kijken of we varkens op restafval van de stad kunnen gaan voeren.’ Ook Annelies Soede ziet wel recyclingmogelijkheden: ‘Er zijn technologieën beschikbaar om paddenstoelen te kweken op koffiedrab. Dan is het handig als je dichtbij koffiebars zit. Op dat moment wordt het juist een voordeel om in de overvolle stad te zitten.’

Eigen truien breien is weer terug en thuis bier brouwen hip, maar het grootste gelijk is natuurlijk aan de kant van survivors als Kesbeke met het onverslaanbare Amsterdams tafelzuur en de nog-steeds-goed-om-drie-uur- ’s nachts krokettenmuur van de Febo. Innoveren was niet nodig, gewoon stug volhouden het devies. Deze rasechte Amsterdamse makers hebben nooit de noodzaak gevoeld om te vertrekken en behoren inmiddels tot het interieur van de stad. Net zoals die handige hijsbalken.

Veel van deze iconische Amsterdamse merken, en hun verhalen, vind je in de I amsterdam Store op Centraal Station.