Het begin

Amsterdam is sinds de tweede helft van de zestiende eeuw een wereldstad. De geschiedenis van Amsterdam begint echter al in de dertiende eeuw, toen vissers begonnen met de aanleg van palissades langs de oevers van de rivier de Amstel. Op de hoogte van de huidige Dam verbindt men de oevers met een dam met sluizen. Hierdoor krijgt de plaats de naam Amsteldam. In 1275 verleent graaf Floris V de bewoners rond deze nederzetting het privilege van vrije vaart over de Hollandse wateren.

Handel

Het recht op vrije doorvaart bleek cruciaal te zijn voor de economische ontwikkeling van de stad. Vrije doorvaart betekende namelijk dat op goedkope wijze gehandeld kon worden. En dat gebeurde dan ook. Vooral bier en haring blijken gewilde handelsgoederen. Zo krijgt Amsteldam in 1323 zelfs het alleenrecht op de invoer van bier uit Hamburg. De handel in haring komt in een stroomversnelling na het uitvinden van het haringkaken, een methode om direct na de vangst de ingewanden van de vis te verwijderen om hem langer vers te houden. Hierdoor kunnen vissers meer vis vangen en dus meer winst maken.

Gouden Eeuw

Eind vijftiende eeuw komt de ontwikkeling van de stad in een stroomversnelling. Nadat de Spanjaarden Antwerpen hebben veroverd, vluchtten vooral rijke joden naar Amsterdam. Het kapitaal dat zij meebrengen wordt gebruikt om tochten naar India te organiseren. Het commerciële succes is enorm. Daarop wordt in 1602 de Verenigde Oost-Indische Compagnie opgericht. Amsterdam participeert voor meer dan de helft in deze nieuwe onderneming, die zou uitgroeien tot de eerste multinational ter wereld. Het resultaat is een periode van ongekende bloei en welvaart. Daarom wordt de 17e eeuw ook wel de ‘Gouden Eeuw’ genoemd.

In die periode onderging de stad twee reusachtige stadsuitbreidingen. Voor het eerst werd niet alleen gelet op functionaliteit maar ook op schoonheid. Resultaat: grachtengordel en de Jordaan.

Ook de kunst kwam tot grote bloei. In de eerste helft van de 17de eeuw neemt het aantal kunstenaars enorm toe en was er een explosie van de kunstproductie en kunsthandel in Amsterdam. In dertig jaar tijd wordt Amsterdam een bloeiende cultuurstad. Het is de tijd van Rembrandt van Rijn, Johannes Vermeer en Jan Steen.

Industrialisatie

Eind zeventiende eeuw komt de Amsterdamse economie rokend tot stilstand. Een periode van terugval en armoede treedt in. Met de aanleg van het Noordzeekanaal (1876) krijgt Amsterdam een directe verbinding met de zee. Vanaf dat moment maken stoomschepen deel uit van het dagelijks leven in de Amsterdamse haven. Het betekent een keerpunt voor de stad. Dankzij de handel met Nederlands Oost-Indië (Indonesië) verwerft Amsterdam namelijk een belangrijke positie in de wereldhandel in specerijen. En de diamanthandel met Zuid-Afrika leidde er zelfs tot dat een diamantindustrie ontstond.

Die nieuwe periode van voorspoed komt tot uitdrukking in de bouw van monumentale, architectonische hoogstandjes. Zo komt in 1889 het Centraal Station gereed. Een paar jaar later volgt het Koninklijk ConcertgebouwKoninklijk Theater Carré en Hotel Americain.

Afgelopen eeuw

De twintigste eeuw begint voorspoedig. De Amsterdamse school, een idealistische architectuurrichting, bouwt verschillende wijken met sociale woningbouw rondom de oude stad. Hierbij wordt veel aandacht besteed aan het uiterlijk van de woningen. Verder wordt Amsterdam uitgebreid met vliegveld Schiphol, tevens de thuisbasis van KLM, de oudste luchtvaartmaatschappij ter wereld.

Hoewel Nederland neutraal is tijdens WO I, ontstaat een groot tekort aan voedsel. De aanvoer blijkt namelijk een probleem te zijn. Veel producten gaan op de bon. In 1917 blijkt een schip volgeladen met aardappels in de haven te liggen, bedoeld voor het leger. De bevolking komt dit aan de weet, is het er niet mee eens en komt in opstand: de Aardappeloproer is het gevolg. Het blijkt de voorbode voor een turbulente periode in de geschiedenis van Amsterdam.

Tijdens de Crisisjaren (1934) brak een opstand uit. Geprotesteerd werd tegen verlaging van de werkloosheidsuitkeringen, voor veel mensen de enige bron van inkomsten. Vooral bewoners uit de Jordaan deden van zich spreken: met stenen bekogelden zij de politie. De als Jordaanoproer bekendstaande opstand had tot gevolg dat alle straten in de Jordaan werden geasfalteerd zodat geen stenen meer geraapt konden worden.

WO II veroorzaakt weinig materiële schade in Amsterdam. Maar de hongerwinter eist vele levens en als gevolg van de jodenvervolgingen verliest de stad tien procent van haar inwoners.

Na de oorlog verandert de samenstelling van de Amsterdamse bevolking snel. Veel oorspronkelijke Amsterdammers vertrekken naar overloopgemeenten als Purmerend, Hoorn en Almere. Daartegenover staat de toestroom van Surinaamse, Turkse en Marokkaanse Amsterdammers. Inmiddels telt Amsterdam ruim 800.000 inwoners uit 180 verschillende landen. 37% van de bevolking behoort tot een etnische minderheidsgroep.