Als wethouder van volkshuisvesting, heeft Wibaut zonder meer een belangrijke stempel achtergelaten op de stad Amsterdam. Hij kwam van Zeeland naar Amsterdam om zich in te zetten voor de woonsituatie van de arbeider, die begin vorige eeuw nog in krotten en sloppen woonde. Met de Woningwet van 1901 schiep de regering de voorwaarden om tot een betere woningbouw te komen, en stelde daarvoor ook gelden beschikbaar.
Het was wethouder Wibaut die met een enorme kracht, visie en doorzettingsvermogen in Amsterdam de volkswoningbouw uit de grond deed rijzen. Er werd gezocht naar architecten die vanuit een bevlogen visie voor de woningbouwverenigingen in opkomst, paleizen voor de arbeiders wilden bouwen. Niet elke architect had de ambitie om voor de volkshuisvesting te bouwen. Michel de Klerk liet echter zien dat ook het bouwen voor de arbeider een kunstwerk kon worden.
In de jaren '10 van de vorige eeuw maakte de Spaarndammerbuurt een bijzondere ontwikkeling door. Het merendeel van de grond werd onder de woningbouwverenigingen die met verschillende architecten aan het bouwen sloegen (zoals Het Schip en Het Zaanhof). Het was de gemeente echter een doorn in het oog, dat er voor de allerarmsten, namelijk zij die geen lid konden worden van de woningbouwverenigingen, niet gebouwd werd. Daarop besloot Wibaut tot de bouw van 3500 gemeentewoningen. Een deel daarvan werd gerealiseerd in de Spaarndammerbuurt door de toen al beroemde architect K.P.C. de Bazel.
De tentoonstelling bevindt zich in het voormalig postkantoor in Michel de Klerks beroemde volkswoningbouwblok: Het Schip. Hier wordt een beeld gegeven van de rol van Wibaut die in de Spaarndammerbuurt door de Gemeente Amsterdam ook voor de armsten woningbouw liet realiseren. Terecht ging hij de geschiedenis in met zijn verkiezingsleus: Wibaut? Wibaut!