Johann Sebastian Bach schreef drie van zijn zes suites rond 1720 voor een nog vrij nieuw instrument, de cello. Celliste Viola de Hoog combineert deze suites met de eerste ons bekende composities 'per violoncello solo' van de Bolognese componist Gabrielli. Viola de Hoog zegt hierover: ''Ik vind het fascinerend dat de tijd tussen deze mooie, maar nog zeer op een versierde baslijn lijkende ricercares en de suites van Bach slechts dertig jaar omvat.''