De eerste tentoonstelling gewijd aan het symbolistische landschap in Europa. Circa 70 werken van beroemde schilders als Monet, Gauguin, Van Gogh en Munch worden gepresenteerd naast die van minder bekende, maar evenzeer fascinerende kunstenaars uit bijvoorbeeld Scandinavië en Oost-Europa.
Het symbolisme was een toonaangevende stroming in de schilderkunst in de late 19e eeuw. De stroming kwam voort uit de filosofie en poëzie en was nauw verbonden met muziek. Kunstenaars wilden dromen en visioenen oproepen in plaats van de zichtbare werkelijkheid, als reactie op de groeiende industrialisering en het materialisme in Europa. Hun werken weerspiegelden gevoelens van angst en pessimisme, maar ook een verlangen naar spiritualiteit en mythologie.