Tijdens de barok groeide de liefde voor het solo-instrument. Zo schreef Vivaldi honderden concerten voor één of meer solisten. Zijn concert voor 4 violen is echter uniek; de componist verweeft maar liefst vier soloviolen tot een prachtig geheel. Bachs Brandenburgse concerten zijn uniek in het genre van het concerto grosso, waarin kleine groepjes solisten een spel spelen met het hoofdorkest. Bachs zoon Wilhelm Friedemann schreef een al bijna classicistisch Fluitconcert, waarbij wellicht Frederik de Grote de solopartij heeft vertolkt. Wat Händel een 'Sonata a cinque' noemt, zou men ook een vioolconcert kunnen noemen. Alle solisten worden weer verenigd in Telemanns vrolijke suite 'Hamburger Ebbe und Fluth'.