Het Amsterdamse stadswapen bevat drie kruisen. Dit zijn Andreaskruisen, genoemd naar de apostel Andreas, die aan het kruis de marteldood zou zijn gestorven. Het wapen waarin de kruisen staan bestaat uit drie verticale banen met de kleuren rood - zwart - rood. De kruisen staan in de zwarte baan.
Oorsprong
De oorsprong van het stadswapen is niet bekend. De zwarte baan zou het water kunnen verbeelden waaraan de stad is gelegen. In andere Hollandse steden als Dordrecht en Delft is dat ook het geval. Twee andere plaatsen in de omgeving van Amsterdam, Ouder-Amstel en Nieuwer-Amstel hebben ook Andreaskruisen in hun wapen. Misschien zijn ze ontleend aan het wapen van het geslacht Persijn, een familie uit Waterland, die ooit veel land bezat in Amsterdam en omgeving.
Keizerskroon
Boven de drie kruisen is een keizerskroon afgebeeld. In Holland woedde in de vijftiende eeuw een strijd tussen de landadel, die haar macht zag afnemen en de opkomende steden, de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Landsheer Maximiliaan, die aan de kant stond van de steden, trachtte zijn gezag te vestigen in Rotterdam en Woerden, die in handen waren van de Hoekse adel. Amsterdam steunde Maximiliaan met enkele grote geldleningen. Drie jaar later ontving de stad als dank de keizerskroon. In die tijd was dit meer dan een symbolisch gebaar. Het bewijs van keizerlijke bescherming was voor de Amsterdamse kooplieden in het buitenland een gewichtige aanbeveling.
Leeuwen
In de zestiende eeuw zijn nog de twee leeuwen als schilddragers aan het wapen toegevoegd.