Tijdens een eerste grote bijeenkomst op vrijdag 11 februari 2011 is de Economic Development Board metropoolregio Amsterdam (Board) uit haar schulp gekropen. Met succes. De 150 deelnemers raakten in Shell Technology Center Amsterdam meer en meer enthousiast om gezamenlijk – bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden – de schouders te zetten onder het versterken van de economische kracht van de metropoolregio Amsterdam.
Illustratief voor het nieuwe elan is dat de woorden ‘crisis’ of ‘broekriem aanhalen’ tijdens de startbijeenkomst niet vielen. Woorden die wel veel te beluisteren vielen waren ‘innovatiekracht benutten’, ‘talenten opleiden en ‘samen optrekken’. Board-voorzitter Eberhard van der Laan onderschreef dit optimisme. We zitten eerder bij een nieuwe Gouden Eeuw dan bij het ravijn.” Hij pleitte in dit licht voor het "verruimen van de blik"; “na een recent bezoek aan China merkte ik dat daar behoefte is aan de kennis van Wageningen. Ik heb daarop gebeld met de voorzitter van de universiteit en die liet weten graag mee te willen liften op het merk Amsterdam.” Dat het om een sterk merk gaat staat volgens hem als een paal boven water. “Ik ben nu zeven maanden burgemeester en weet inmiddels dat het geen snars uitmaakt of je in Amsterdam woont of in de regio: we zijn allemaal smoorverliefd op deze stad. Ook heb ik gezien dat de Amsterdamse regio er economisch ontzettend goed voor staat. Het gaat nog beter indien we tien dingen niet en tien andere dingend juist wel gaan doen. Uitdaging is die in beeld te brengen.”
Geen praat- maar werkclub
Het doel van de Board is om medio 2020 weer tot de top vijf van sterke regio’s in Europa te behoren. “Dit kan alleen indien het bedrijfsleven heel goed presteert en de regio zeer aantrekkelijk is”, benadrukte Carolien Gehrels. Volgens de Amsterdamse wethouder komt de Board precies op het juiste moment, aangezien van het rijk voorlopig niet veel te verwachten is als het gaat om versterking van het regionaal-economische klimaat. “Voor 2011 hebben we nog zicht op € 5 miljoen vanuit het programma Pieken in de Delta maar dat is het zo ongeveer. Dit betekent dat we zelf onze verantwoordelijkheid moeten pakken. We moeten ons dan ook niet ontwikkelen tot een praatclub maar tot een werkclub.”
Belangrijke toegevoegde waarde van de Board kan in de ogen van dagvoorzitter Annemarie Jorritsma het creëren van een humuslaag zijn, een voedingsbodem voor ondernemerschap. “Humus is noodzakelijk voor economische groei en extra humus is nodig voor alle zeven innovatiegebieden.” Om tot die vruchtbare grond te komen is commitment nodig. “We moeten bruggen naar elkaar bouwen, maar wel op zo’n manier dat een ieder ook z’n eigen belang er in herkent.”
Zeven kansrijke clusters
Kwartiermaker van de Board, Jan Peter van den Toren, gaf aan dat de eerste Board-stap het maken van een kennis- en innovatieagenda is, met daarin opgenomen de issues die kansrijk zijn om op te pakken. “Dit moet geen projectenwaslijst zijn”, waarschuwde hij, “maar concreet de zaken benoemen die ’t verschil maken. Dit betekent dat we op zoek zijn naar de sleutelfactoren.” Centraal staan drie K’s: kennis (toponderzoek, onderzoeksinfra), kunde (talent, toponderwijs) en kassa (innovatie/ondernemerschap/vraagstimulering).
Om de internationale concurrentiepositie van de metropoolregio Amsterdam te versterken zijn zeven economische clusters benoemd als belangrijk en kansrijk: ICT, Creatieve industrie, Rode Life Sciences, Zakelijke- en financiële dienstverlening, Logistiek, Flowers & food en Toerisme & congressen. Iedere cluster heeft een trekker die tijdens de startbijeenkomst een schets gaf van de uitdagingen en ambities. Vervolgens ging men in groepen hierover in discussie, waarna plenair een terugmelding volgde.
Welvaart en welzijn
In zijn slotwoord wees Van der Laan er op dat het in de concurrentie met andere metropolen vooral gaat om de vraag waar de medewerkers van een nieuw kantoor willen wonen met hun partners en hun kinderen. “Dat is in Londen, Parijs of… Amsterdam. We doen dus al mee in de ‘premier league’.” In zijn enthousiasme liet hij zich zelfs met een knipoog ontvallen misschien wel rechts te worden. “Het is immers de economie die zorgt voor welvaart en welzijn.” De Board-voorzitter benadrukte het belang van dit laatste aspect en wees daarbij op het voorbeeld van het jaarlijkse diner voor daklozen. “Leden van de Rotary bedienden de 300 deelnemers en zo hoort het ook. We kunnen ons van Londen onderscheiden door iedereen mee te nemen. Dit is vooral een taak voor de overheid, maar ik hoop ook op dit punt op de steun van u ondernemers te kunnen rekenen.”
Terugkijkend naar de resultaten van de bijeenkomst toonde Van der Laan zich zeer tevreden. “We hebben vandaag een verrekt goede start gemaakt als het gaat om het verbeteren van het imago en het benoemen van de zaken waar we wat aan kunnen verdienen. Ook zijn we het erover eens dat denken vanuit de klant voorop moet staan. Imagoverbetering is vaak genoemd om als speerpunt gezamenlijk te werken. Verder liggen er veel kansen via ‘cross overs’: het benutten van dwarsverbanden tussen de verschillende clusters.” Zelf voegde hij daar nog een kans aan toe. “Vierhonderd jaar geleden waren we een wereldmacht en hebben we overal onze sporen nagelaten. Door op onze rijke historie voort te borduren kunnen we ons onderscheidend maken van onze concurrenten. Wij knopen geen contacten aan als de nouveau riche, maar als nieuwe vrienden. Via de viering in 2013 van 400 jaar grachtengordel kunnen we die verbinding leggen.”
Bijlage: Zeven clusters timmeren aan de weg