Wat hebben Houston, Texas, veel geduld, de ambtswoning, hartfalen en tijd voor een goed gesprek ver weg van huis met elkaar te maken? Deze ogenschijnlijke willekeurige cocktail heeft er toe geleid dat in 2009 het Amsterdamse Life Sciences Fund is opgericht. Wim Jansen, Regio Directeur ING Business Banking en lid van de Raad van Commissarissen van het Life Sciences Fund vertelt in zijn kantoor op de 9e etage van de Rembrandttoren over de ontstaansgeschiedenis van het fonds en zijn persoonlijke betrokkenheid bij de totstandkoming ervan.
Op 20 juli 2009 werd in Houston Texas herdacht dat 40 jaar eerder de eerste mens voet zette op de maan; ‘A small step for man; one giant leap for mankind’. Niet toevallig ging in januari van jaar het Amsterdamse Life Sciences Fund van start, waarvan de bakermat ook in Houston ligt. Het fonds heeft als doel om in potentie baanbrekend medisch onderzoek verder te helpen tot concrete resultaten en rendement.
Het begon allemaal in 2002. In september van dat jaar bracht een Amsterdamse zakenmissie, bestaande uit een dertigtal vertegenwoordigers uit het Amsterdamse bedrijfsleven, de wetenschap en overheid, onder leiding van Job Cohen een bezoek aan Houston. Doel van de reis was het versterken van de handelsrelaties met de Verenigde Staten en het onder de aandacht brengen van de unieke vestigingsmogelijkheden van de Amsterdamse regio bij Amerikaanse bedrijven en instellingen.
Een van de delegatieleden was Arjen van Tunen, toenmalig directeur van het Swammerdam Institute of Life Sciences van de Universiteit van Amsterdam. Wim Jansen: ‘Hoewel het Swammerdam Instituut grote wereldfaam had en heeft, was dat niet in alle Amsterdamse kringen en bij de delegatieleden van de missie bekend. Tijdens een bezoek aan het MD Cancer Center dat is verbonden aan de Universiteit in Texas, vertelde Arjen van Tunen over de ontwikkelingen op het gebied van Life Sciences in de Amsterdamse regio. De meeste delegatieleden hebben dat met stijgende verbazing aangehoord. Hij hield een verhaal over het instituut, wat daar allemaal kan en gebeurd, en wij wisten dat niet! Het merkwaardige is dat je elkaar in de regio natuurlijk wel tegenkomt, maar er eigenlijk te weinig tijd is echt met elkaar in gesprek te gaan.'
'Tijdens zo’n missiereis is daar wel gelegenheid voor. En dan kom je tot de ontdekking dat er nog veel meer prachtige instituten met topwetenschappers in de regio Amsterdam zijn. Al pratende vroegen we ons af wat de spin-off daarvan is. Dus wat leveren al die mooie wetenschappelijke prestaties dan op? Niemand kon een voorbeeld geven. Dat is vreemd, ook omdat we naast het Swammerdam Instituut nog veel meer prachtige wetenschappelijke instellingen in de regio hebben die tot de wereldtop behoren. Publiceren is voor wetenschappers van groot belang, maar op het moment dat je publiceert is het eigenlijk al niet meer mogelijk om je idee te vermarkten en dan kun je een octrooiaanvraag om een bedrijf te starten wel vergeten. De belangrijkste vraag was dus hoe we de werelden van de wetenschap en het bedrijfsleven bij elkaar konden brengen.’
'In 2004 zijn we opnieuw op reis gegaan naar Boston en toen zijn er een aantal topwetenschappers met de delegatie meegereisd. Het programma van de reis was gericht op uitwisseling met de universiteiten en biotechnologische ondernemingen in Boston, met wederom Arjen van Tunen als lid van de delegatie, maar ook andere kopstukken zoals professor Pinedo die baanbrekend werk heeft verricht op het gebied van kankeronderzoek. En hier gebeurde het. Het klinkt basaal maar er ontstond een gesprek en de wil om te kijken hoe we heel concreet met elkaar kunnen samenwerken. Ik kan niet anders dan Job Cohen nog altijd een groot compliment geven voor het briljante idee om op deze reis weer topwetenschappers mee te nemen. En dat hij daarnaast het initiatief heeft genomen om een aantal mensen uit de wetenschap en het bedrijfsleven uit te nodigen in de ambstwoning om te onderzoeken waarom al die topwetenschap zo weinig spin off genereert en hoe we dat met elkaar wel en heel concreet kunnen bewerkstelligen. Deze ambtswoning bijeenkomst heeft uiteindelijk geleid tot het Life Sciences Center Amsterdam en de oprichting van het Life Sciences Fund Amsterdam. In 2005 is de intentieverklaring ondertekend door de gemeente Amsterdam, de Provincie Noord-Holland en de 4 groten banken voor het fonds. ING is een van de ondertekenaars.‘
Het besef dat Life Sciences een belangrijk en onderscheidende plaats zou kunnen innemen in de Amsterdamse regio kwam na de missiereis naar Boston goed op gang en talloze samenwerkingsverbanden zijn hieruit ontstaan. Dat het nog tot 2009 duurde voordat het fonds echt aan de slag kon heeft te maken de complexe vraagstukken die de samenwerking opriep.
Wim Jansen: ‘Dat was taaie kost. Het is in zekere zin pionierswerk geweest. Er lag geen blauwdruk klaar om meteen van start te gaan. We moesten het zelf en met elkaar uitvinden. En dan heb je mensen nodig die er in geloven en vasthouden. De reden voor ING om er in te stappen is het feit we betrokken zijn bij de ontwikkelingen in de regio Amsterdam, maar ook de wetenschap dat startende Life Sciences ondernemingen moeilijk aan kapitaal kunnen komen. Dat heeft allerlei oorzaken, ze zijn te klein voor de grote fondsen, die beginnen daar gewoon niet aan, dat kost teveel tijd. Je praat dan al gauw over een doorlooptijd van twaalf jaar voordat er sprake is van een concreet product. En de kosten van de ontwikkeling zijn ongehoord groot, de ontwikkeling van een nieuw medicijn kost gemiddeld een miljard euro.'
'Met het fonds kunnen we deze ondernemingen niet alleen helpen, maar horen we ook als eerste of een onderzoek zou kunnen leiden tot een goede spin off in de vorm van een nieuw bedrijf met de mogelijkheid tot rendement. Om dat te kunnen bepalen heb je mensen nodig die deze wereld goed kennen. Je moet dat niet aan mij als bankier of de burgemeester van Amsterdam vragen. We hebben dus ook met alle partijen gezocht naar een goede fondsmanager die van binnenuit zicht heeft op de potentie van toekomstige spin offs. ING blijft een commerciële onderneming. Het uitgangspunt van het fonds is en blijft het terugverdienen van de investering en bij voorkeur met winst. Toch vind ik het redelijk uitzonderlijk dat we hierbij betrokken zijn, we doen dit als ING niet elke dag. ING is een wereldspeler die in meer dan 50 landen financiële diensten aanbiedt. We staan in de top 20 van de Europese financiële instellingen, maar ons hoofdkantoor staat in Amsterdam. We zijn en blijven betrokken bij de stad en regio. Het opzetten van het fonds is veel werk geweest, maar ik ben er ongelooflijk trots op dat het gelukt is.'
Rode Life Sciences is een van de zeven sterke clusters in de Amsterdam Economic Board. Valorisatie van de aanwezige kennis in het cluster is een van doelstellingen van de Board door middel van een Life Sciences Fund II. Wim Jansen: ‘ING is zeer betrokken bij de Board, in het bijzonder met Hans van der Nordaa als trekker van het cluster Zakelijke- en financiële dienstverlening. Het pionierswerk dat we hebben verricht voor de oprichting van het Life Sciences Fund is waardevol voor een vervolg op het fonds. Ook in algemene zin zijn er lessen te leren uit de lange weg die we hebben afgelegd om tot een concreet resultaat te komen. Het blijft mensen- en maatwerk, maar door het samenbrengen van mensen kunnen er wel mooie projecten ontstaan. De uitdaging is nu om alles waar de regio voor staat om te zetten in concrete acties. Maar ook te beseffen dat iedereen vanuit zijn eigen omgeving acteert, dat is voor mij persoonlijk wel een les geweest. Al is het huidige tijdsbestek in vele opzichten onzeker, het belangrijkste is om samen de gezamenlijke visie en doelen voor ogen te houden.‘
Het Life Sciences Fund Amsterdam is in 2009 opgericht met een werkkapitaal van 10 mln. euro. Naast ING zijn de gemeente Amsterdam, Provincie Noord-Holland, Rabobank en een private investeerder aandeelhouder van het fonds. Doel is het behalen van rendement, kennis valorisatie op de Amsterdamse en Noord-Hollandse topinstituten, het stimuleren van Life Sciences ondernemerschap en het overbruggen van een ‘equity gap’. Door samen te werken met het Life Sciences Centre Amsterdam waarin een bundeling van kennis van het AMC, VU MC, NKI/AVL en Sanquin samenkomen, hoopt het fonds 4-5 sterke spin offs te kunnen realiseren.
Op dit moment zijn er 4 ‘Amsterdamse’ investeringen succesvol gerealiseerd. Dit zijn nieuwe bedrijven op het gebied van vaccin ontwikkeling, borstkanker screening, diagnostiek van hartfalen en de behandeling van Multiple Sclerose. In totaal is hier 6-8 mln. euro mee gemoeid en zijn er een kleine 30 mensen werkzaam. Het huidige fonds heeft nog 1 investering te gaan.
Een van de bedrijven heeft al 3,5 mln. euro ontvangen voor het tekenen van een overeenkomst en heeft vooruitzichten op tientallen miljoenen aan milestones en royalties. Daarnaast wordt maximaal gebruikt gemaakt van de subsidie -en leningvoorzieningen uit Den Haag. Hieruit is inmiddels voor meer dan 5 mln. euro aan toezeggingen ontvangen. Het fonds heeft een looptijd van 8 jaar en verwacht een rendement(IRR) van meer dan 25%.