• NederlandsNederlands

    Choose your preferred language *

    * Pages not available in your language will be shown in English
    * Pages not available in your language will be shown in English
    * Pages not available in your language will be shown in English
    * Pages not available in your language will be shown in English
    * Bij pagina's die niet in je voorkeurstaal aanwezig zijn wordt u doorverwezen naar een tussenpagina.
    * Pages not available in your language will be shown in English
    * Pages not available in your language will be shown in English
  • Contact
  • Sitemap
  • Wordt een fan van I amsterdam op facebookVolg I amsterdam op twitterI amsterdam op YouTube
     
Iamsterdam logo
 

Scenario’s laten ons beter begrijpen wat we kunnen verwachten

Shell Technology Centre Amsterdam (STCA), image: Shell

24 januari 2012 - Tijdens de Board meeting op 7 december 2011 heeft Boardlid Marja Zonnevylle, Site Manager van het Shell Technology Centre Amsterdam (STCA) aan de Noordelijke IJ-oevers in Amsterdam, een presentatie gegeven over scenarioplanning. Deze methodiek wordt al meer dan vijftig jaar door Shell ingezet om vorm te geven aan de strategie van het bedrijf. Shell stelt zijn kennis ter beschikking om de doelstellingen en visie van de Board door middel van scenarioplanning verder te ontwikkelen. Scenarioplanning wordt niet door iedereen omarmd, sommigen noemen het zelfs luchtfietserij. Marja Zonnevylle legt uit waarom Shell gelooft in deze methode.

Scenario’s laten ons beter begrijpen wat we kunnen verwachten

Marja Zonnevylle, Site Manager, Shell Technology Centre Amsterdam 

In september 2009 opende Z.K.H. de Prins van Oranje het nieuwe STCA aan het IJ, één van de drie wereldwijd belangrijkste R&D centra van het bedrijf. Het duurzaam gebouwde en bijna CO2-vrije gebouw van ARCADIS en Van Mourik architecten ziet er ondanks de 80.000 m2 voor laboratoria, proefhallen, buitenopstellingen en kantoorruimten bescheiden uit. Aan de buitenkant van het gebouw is niet af te lezen dat hier een complex staat van de 107-jarige multinational die wereldwijd met 93.000 werknemers in 90 landen actief is en zich bezighoudt met een van de belangrijkste vraagstukken van de komende decennia: hoe voorzien we de wereld ook in de toekomst van voldoende, betaalbare en schone energie? In het STCA werken 1.300 onderzoekers, technologen, labassistenten, consultants en overige medewerkers aan de technologische ontwikkelingen van de toekomst.

Marja Zonnevylle toont met zichtbaar plezier een favoriete plek in het gebouw. Op een van de vele verbindingsbruggen met prachtige vergezichten naar het IJ, de stad en het achterliggende complex, wordt pas de werkelijke omvang van het Technology Centre zichtbaar. Vanaf de brug geloof je direct dat dit een van de grootste gebouwen in Amsterdam is. De ruimtes zijn bewust open en staan met elkaar in verbinding zodat er volop gelegenheid is voor de medewerkers om elkaar te ontmoeten. En hoewel het complex groots oogt, het is zeker niet imponerend. Hier wordt gewoon en hard gewerkt! Marja Zonnevylle: ‘Het gebouw staat en we zijn nu bijna klaar met de overdracht van het laatste stukje van ons voormalige Overhoeksterrein. Toen SAIL 2010 van start ging, genoten ontzettend veel mensen vanaf de kade voor ons kantoor van het spektakel op het IJ. Toen voelden we pas echt dat we een stukje stad aan Amsterdam hebben teruggegeven.

Scenarioplanning: luchtfietserij of een beproefd business model?

Shell Technology Centre Amsterdam (STCA), image: Shell 

De bijzondere plek aan het IJ en het prettige gebouw zijn niet de aanleiding voor het gesprek dat gaat over de jarenlange ervaring van Shell met scenarioplanning. Marja Zonnevylle:De energiesector is tijd- en kapitaalintensief. Als ik vandaag een nieuw idee voor een energietechnologie heb, dan zal deze pas over twintig tot dertig jaar aan één procent van de behoefte van de wereldbevolking voor energie kunnen voorzien.

Dat is zo ver in de toekomst dat niemand kan weten hoe de wereld er precies uit zal zien en of dat idee van vandaag de dag nog steeds de beste zal zijn. Het voorspellen van de toekomst kan niemand, maar we kunnen ons er wel een voorstelling van maken en bedenken hoe de wereld er uit zou kunnen zien op basis van de kennis die we nu hebben. Die voorstellingen laten ons beter begrijpen wat we kunnen verwachten. We weten van te voren ook dat geen van onze scenario’s voor 100% gaat uitkomen. Dat is het doel ook niet. Wel om uit te zoeken wat de impact voor ons bedrijf zou kunnen zijn en welke beslissingen we nu al moeten nemen. Zijn die bijvoorbeeld robuust genoeg en bij benadering op de lange termijn ook nog geldend. Belangrijk daarbij is dat je redelijk nuchter en feitelijk en zonder een vooropgezet waardeoordeel bekijkt hoe bepaalde beslissingen uitwerken. Daarbij bekijk je altijd een aantal verschillende opties, de uitkomst kan immers heel divers zijn. Een jaar of drie geleden hebben we bekeken wat er op ons pad kan komen tussen nu en het jaar 2050. Dat is beschreven in Scramble & Blueprints. De lange termijn plannen toetsen we light touch door middel van kleinere scenariosessies. Zo hebben we onlangs Signals & Signposts gepubliceerd waarin de inzichten van Scramble & Blueprints verder zijn uitgewerkt.

Misschien kan ik beter aan hand van een voorbeeld uitleggen wat scenarioplanning voor ons betekent. Eind jaren ’90 stelden we ons voor dat CO2 en biofuels belangrijk zouden kunnen worden en hebben dat in verschillende scenario’s uitgewerkt. Het heeft er voor gezorgd dat we uiteindelijk iedereen een stap voor waren en nu de grootste biofuel distributeur in de wereld zijn. Inmiddels zijn we een joint venture aangegaan voor de grootschalige productie van de lowest carbon biofuel die momenteel commercieel interessant is: ethanol uit Braziliaanse suikerriet. Tegelijkertijd werken we in een drietal richtingen aan de ontwikkeling van de tweede generatie biofuels. Een ander mooi voorbeeld is dat we eind jaren ’80 hebben nagedacht over wat er zou gebeuren als nieuwe markten in Oost-Europa zouden opengaan. Dat de muur in Berlijn zou vallen, daar was toen helemaal nog geen sprake van en niemand was daar echt concreet mee bezig. Onze voorstelling van de toekomst heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat we onze positie in Oost-Europa al vroeg hebben versterkt, ver voordat het in 1989 ook echt een feit werd.

Lokale belangen versus mondiale vraagstukken

Marja Zonnevylle: ‘Hoewel het niet om waardeoordelen of waarheidsvinding gaat, hadden we bij Scramble & Blueprints voor de allereerste keer een sterke voorkeur voor het Blueprintsscenario. Bij het Scramblescenario zijn we uitgegaan van lokale oplossingen voor het energievraagstuk. Hierin handelen landen individueel, kijken voornamelijk naar eigen korte termijn belangen en maken grotendeels bilaterale afspraken over supply and demand. In China zie je bijvoorbeeld dat het gebruik van kolen enorm stijgt. Hoe begrijpelijk dat ook is, het is niet gunstig voor de wereld als samenhangend ecosysteem. In het algemeen kan Scramble leiden tot grote onzekerheden, toenemende rivaliteit tussen staten, en onsamenhangende richtlijnen en mandaten over energie- en klimaatvraagstukken. Het is maar de vraag of dit op de lange termijn standhoudt. De wereldwijde vraag naar energie wordt alleen maar groter. Onze lokale bezuinigingen zijn nodig, maar dat is onvoldoende om het totale voorgespelde gat tussen vraag en aanbod te dichten.

Het Blueprintsscenario gaat uit van een web van nieuwe coalities, in het beginsel bottom-up en lokaal van karakter, die uiteindelijk naar een mondiale benadering van het energievraagstuk komen. Dit zal niet makkelijk zijn, maar het heeft onze voorkeur, omdat het onze samenleving een betere kans biedt op een lage CO2- en energiezekere toekomst. Blueprints schept duidelijke ruimte voor energiebesparingen, schonere technologie-ontwikkeling, en mondiale afspraken over broeikasgasemissies. We realiseren dat onze invloed beperkt is en de economische instabiliteit van dit moment maakt het niet eenvoudiger. Toch we vinden het belangrijk genoeg om anderen hiervan deelgenoot te maken en zoeken actief contact met consumenten, regeringen en ngo’s om de noodzaak van deze aanpak onder de aandacht te brengen, zoals we bijvoorbeeld op de klimaattop in Kopenhagen en Durban hebben gedaan, en op dit moment ook bij de World Economic Forum in Davos.’

Moet je eerst vallen om beter op te kunnen staan?

Marja Zonnevylle: ‘Met scenarioplanning kun je niet alles voor zijn en wij zijn ook weleens verrast. Ik denk dat iedereen het voorval met de Brent Spar, het olieopslagplatform in de Noordzee, wel kent. De publiciteit die in 1995 ontstond naar aanleiding van het besluit van Shell om het platform af te laten zinken hadden we niet voorzien, ondanks dat het de meest milieuvriendelijke oplossing was, wat later ook in onafhankelijk onderzoek is bevestigd. Dat de publieke opinie zo belangrijk kon worden, hadden we niet op ons netvlies en daarom overviel het ons. We hebben er veel van geleerd en ons beleid daarop aangepast.

Toch gaan we fouten maken niet uit de weg in onze zoektocht naar technologische oplossingen voor energievraagstukken. Sterker, we stimuleren dat zelfs. Even terugdenkend naar de twintig tot dertig jaar die nodig is voordat een energietechnologie volwassen is, aan het begin van een ontwikkelingsproces kun en moet je nog heel veel uitproberen. De kosten en tijd zijn beheersbaar en je komt sneller bij de dingen die het echt gaan halen. Inmiddels hebben we daar een heel gestructureerd technologisch ontwikkelingsproces voor. Ik noem dat zelf speed to failure. Eigenlijk tegenovergesteld aan bijvoorbeeld de academische wereld waar speed to success door de noodzaak om te publiceren eerder de regel is. Het is niet altijd makkelijk, ook niet binnen ons bedrijf. Het zit niet primair in de menselijke natuur om op zoek te gaan naar fouten, en die ook als dusdanig te erkennen.

Werkt de methode scenarioplanning voor de Board?

Marja Zonnevylle: ‘Dat was wel een vraag. De methode is nog niet vaak toegepast in het Boardmodel waarbij de ‘Triple Helix’ samenwerking centraal staat. De eerste pet die je op hebt, is de pet van je eigen bedrijf of organisatie. De Board is voor veel verschillende partijen op veel verschillende niveaus van belang. En er zijn partijen die meer of minder gebonden zijn. Daar moet je open en eerlijk over zijn. Alleen dan kun je de waarde van al die partijen aan tafel benutten. Aan de andere kant moeten we het ook niet moeilijker maken dan het is. De wereld beïnvloedt Amsterdam meer dan wij de wereld, dat is een feit en geldt voor iedereen binnen de Board. Door het business model en de value proposition van de metropoolregio Amsterdam te toetsen aan de hand van verschillende scenario’s wordt voor alle partijen de toekomst minder abstract. Deze toepassing van de methode op het niveau van de metropoolregio is echt onontgonnen terrein en daarom erg spannend. De waarde van scenariodenken is echter dat je met veel verschillende mensen met evenveel achtergronden kennis en inzichten bij elkaar kunt brengen. Vooral als het gaat om een strategische lange termijnvisie van de Metropoolregio. Dat is ons gezamenlijk belang. In de vijftig jaar dat we als Shell gebruik maken van deze methode heeft het ons geholpen om beslissingen te nemen. Onze jarenlange ervaring stellen wij graag ter beschikking en daarom werken wij samen met de betrokkenen in de Board en Michiel de Vries van Ernst & Young aan de uitwerking hiervan voor de Board.

The gift of failure

Begrippen als angst en falen komen een aantal keren terug in het gesprek met Marja Zonnevylle. The gift of failure noemt ze dat zelf. Onlangs sprak ze hierover op de tweede Dies Natalis van de Amsterdam University College waarbij ze de academische wereld opriep een omgeving te creëren waarbinnen studenten fouten kunnen en moeten maken om van daaruit hun leerproces verder te verdiepen en te ontwikkelen. Marja Zonnevylle: ‘Ik heb een persoonlijk passie voor dit onderwerp, ook door mijn eigen ervaringen. Ik zeg weleens als je faalt, is dat eigenlijk een soort cadeautje. Je mag het uitpakken en het is van jou. Dan pas heb je ook een kans om er iets mee doen. Ik kijk met veel plezier terug op al die verschillende dingen die ik heb gedaan. Dat ging soms heel goed en soms iets minder, maar ik ben niet bang om fouten te maken. Eigenlijk ben ik stiekem heel introvert. Daarom heb ik er bewust voor gekozen om de wereld in te trekken en de openbaarheid op te zoeken. In 2006 heb ik besloten dat ik echt wilde wortelen in Nederland. Bovendien heb ik een grote liefde voor Amsterdam. Toen deze baan als Site Manager voorbij kwam was dat het moment om met mijn voeten in de klei iets op te bouwen, voor mijzelf en voor Shell. We werken hier in een prachtig gebouw met geweldige mensen die elke dag met veel passie werken aan het verbeteren van de wereld. Dat vertel ik graag en zoveel mogelijk aan iedereen die het wil horen.


Marja Zonnevylle heeft de eerste 27 jaar van haar leven in de VS gewoond, gewerkt en gestudeerd. Zij dankt haar dubbele nationaliteit en tweetaligheid aan haar Nederlandse ouders, die in de jaren ’50 naar de VS zijn geëmigreerd. Ze studeerde chemie aan de University of Washington en volgde een masters en een PhD in theoretische & fysische chemie aan de Cornell University. Hier promoveerde ze in 1988 cum laude bij Nobel Laureaat Prof. Dr. Roald Hoffmann. In datzelfde jaar kwam ze naar Nederland om voor Shell te werken. Ze bekleedde diverse technische en commerciële functies. Zonnevylle heeft veel internationale ervaring door diverse projecten en functies in onder andere Japan, Canada, Mexico, VS, Zuid Amerika en Indonesië. Ook heeft ze diverse patenten en publicaties op haar naam staan. Sinds 1 januari 2010 is Zonnevylle Site Manager van Shell Technology Centre Amsterdam. Hier werken 1.300 medewerkers aan het verbeteren van bestaande brandstofproducten en het ontwikkelen van nieuwe technologieën voor schone en betaalbare alternatieven.
Zonnevylle heeft twee kinderen van middelbare schoolleeftijd en haar partner werkt ook bij Shell.

Overige functies

Voorzitter Raad van Toezicht van New Energy Docks
Lid Corporate Sponsor & Sholarship Committee, Amsterdam University College
Businessclub Member & Corporate Sponsor Eye Film Institute
Lid Algemeen Bestuur Kenniskring Amsterdam
Lid Klimaatraad Amsterdam
Lid Amsterdam Economic Board

  • Tip je vriend(en)
  • Print