Oosters

De Bazel baseerde zijn vormgeving op een verhoudingensysteem dat hij ontleende aan de theosofie. In zijn architectuur streefde hij ernaar een woningblok als één geheel vorm te geven en niet, zoals eind 19e eeuw nog gebeurde, als een serie afzonderlijke panden. Hierbij liet hij zich inspireren door architectuur uit het middenoosten. Deze inspiratie is terug te vinden in het donkere bandmotief op de begane grond en het damsteenmotief onder de daklijst.

 

Van Beuningenplein

Poorten

Opvallend in de gevel zijn de ingesneden hoeken en de in- en vooruitspringende delen in het midden. De architect wilde hiermee een stedenbouwkundig accent aanbrengen en de plattegrond van de hoekwoningen verbeteren. De poorten in het gebouw ontwierp hij als toegang naar de twee scholen en een badhuis en pastorie op de binnenterreinen.

 

Poort naar binnenterrein, 2005

Efficiënt

De Bazel ontwierp ook het interieur van de woningen, met eenvoudige deuren en inbouwkasten. Daarnaast plaatste hij een standaard haard en gootsteen in de woonkamer, zodat bewoners de beperkte ruimte zo efficiënt mogelijk konden benutten.

 

Opvallende donkere bakstenen details, 2005

Wassen

De volkswoningen hadden geen douches. De arbeiders moesten zich daarom in teilen in de woonkamer wassen, iets dat niet echt praktisch was gezien de ruimte. De bewoners waren destijds dan ook minder blij met het sobere ontwerp; ze noemden het gebouw denigrerend een ‘Luthers oudemannenhuis’.