Zoveel mogelijk buitenlucht

De eerste Nederlandse openluchtscholen werden vroeg in de twintigste eeuw opgericht. Ze wonnen al snel aan populariteit. In 1928 werd er zelfs een congres aan gewijd. De openluchtscholen waren aanvankelijk alleen bestemd voor kinderen met een slechte gezondheid, zoals de gemeenteschool die in 1924-1925 verrees bij het Vondelpark. De ‘Vereeniging van Openluchtscholen voor het Gezonde Kind’ (opgericht in 1927) wilde algemene openluchtscholen, ook voor gezonde kinderen. Zoveel mogelijk in de buitenlucht verkeren was het doel.

 

Aanzicht openluchtschool, vermoedelijk jaren '30 van de vorige eeuw.

Betere leerprestaties

Frisse lucht en zonlicht zouden de kinderen minder vatbaar maken voor ziektes als tuberculose en hun leerprestaties verbeteren. De Vereeniging gaf aan architect Jan Duiker de opdracht voor de bouw van een openluchtschool: de bekende openluchtschool aan de Cliostraat in Amsterdam-Zuid, die in 1931 in gebruik werd genomen.

 

Achtergevel met terras waar lesgegeven wordt, vermoedelijk jaren '30 van de vorige eeuw.

Les op het terras

De openluchtschool aan het Oosterpark is compact opgezet. De leslokalen, eetzaal, doucheruimte en dokterskamer waren ondergebracht in één gebouw. Het terras – dat met een schuifwand van de leslokalen was gescheiden – werd gebruikt voor lessen in de buitenlucht, maar ook om de kinderen te laten rusten. De wand en het lichte meubilair maakten het mogelijk om zowel binnen als buiten les te geven.

 

Leslokaal grenzend aan het terras, vermoedelijk jaren '30 van de vorige eeuw.