Volkshygiëne

Vroeg in de twintigste eeuw beschouwde de overheid volkshygiëne als één van haar verantwoordelijkheden. Om die reden gaf de gemeente Amsterdam opdracht om verspreid over de stad badhuizen te bouwen. Er werd zelfs een speciale gemeentelijke dienst voor in het leven geroepen: de Was-, Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen.

Het Badhuis op het Javaplein

Extra bergruimte

De meeste woningen in Amsterdam werden tot ruim in de 20ste eeuw gebouwd zonder badkamer. Een bouwverordening uit 1933 verplichtte bouwers om een badcel aan te leggen in nieuwbouwwoningen. Installatie van een geiser was echter niet verplicht. De bewoners moesten zelf voor warm water zorgen. Veel mensen hadden liever extra bergruimte. Zo bleef er behoefte aan gemeentelijke badhuizen. Het gebruik van de openbare badhuizen bereikte in de jaren ’50 zijn hoogtepunt.

 

Deze foto is uit 1982, het jaar dat het Badhuys definitief werd gesloten

Haast bij de bouw

De Indische Buurt werd in korte tijd – tussen 1900 en 1930 – gebouwd in de voormalige Overamstelse Polder. De Amsterdamse haven trok meer arbeiders dan de stad kon huisvesten. Het ophogen van de polder gebeurde in grote haast. Dat had voor het jongere deel van de wijk ten zuiden van de Insulindeweg – gebouwd in de jaren 1920-1930 – grote gevolgen. De grond kon niet voldoende inklinken, wat van het begin af aan leidde tot verzakkingen.

Voordat het verbouwd werd tot horecagelegenheid deed het Badhuis korte tijd dienst als Hindoetempel