Rechtspraak in de polder

Enige tijd na de drooglegging van de nieuwe polder Watergraafsmeer in 1629 werd ‘Herberg het Regthuys’ gebouwd. In deze voorganger van het huidige rechthuis kon gehandeld, gegeten, gedronken én overnacht worden. Dat was vooral handig voor bezoekers die laat op de avond aankwamen bij de stad Amsterdam en de stadspoorten dan gesloten aantroffen. Bovenal werd er recht gesproken. De straffen die hier in de 17e en 18e eeuw werden uitgedeeld, waren bepaald niet misselijk.

 

Middenweg 4. Het Rechthuis in 1915

Nieuw allure

Caspar Philips Jacobsz. (1732-1789) maakte het ontwerp voor het nieuwe rechthuis. Hij gaf het een statig, neoclassicistisch uiterlijk met Lodewijk XVI-details. Koning Lodewijk Napoleon kreeg in 1808 voor het rechthuis de sleutels van de stad Amsterdam aangeboden. Hoewel de rechtspraak ook bij het nieuwe rechthuis voorop stond, kreeg ook dit gebouw meer functies: de herbergier woonde boven de zaak, de pacht van landerijen werd er geïnd en het Hoogheemraadschap hield hier vergaderingen. Later konden de bewoners van Watergraafsmeer in de bovenzalen van het gebouw zelfs concerten en toneelvoorstellingen bijwonen. ,Watergraafsmeer werd in 1921 ingelijfd bij Amsterdam, waardoor het gebouw zijn rechtsfunctie verloor. In 1934 kwam het pand in handen van de Amsterdamsche Bank, die later opging in de ABN AMRO. De bank heeft het pand inmiddels verlaten. In de toekomst zal het Rechtshuis opnieuw een andere bestemming krijgen. Welke dat zal zijn, is nog niet bekend.

 

De voorgevel van het Rechthuis aan de Middenweg 4-6. Ets van C. Philips Jacobsz. (graveur) uit 1778