Investeren in de polder

Midden door de nieuwe polder werden twee wegen aangelegd van zuid naar noord de ‘Middelwech’ en van west naar oost de ‘Kruijswech’. Aan deze wegen en de Ringdijk verrezen de eerste huizen en boerderijen. Rijke kooplieden investeerden in de ontginning van de polder. Ze kochten kavels grond die ze verpachtten aan boeren. Steeds meer rijke Amsterdammers ontvluchtten ‘s zomers de drukte (en de stank) van de stad. Ze trokken dan naar hun boerenhofsteden en buitenplaatsen met pleziertuinen die zij in de polder van Watergraafsmeer hadden laten bouwen.

 

De Ringdijk met rechts “de vergulden eenhoorn’. Foto uit 1938

Rijke bewoners

Den Vergulden Eenhoorn dateert uit de vroege 18e eeuw. De toenmalige eigenaar, heer J. van Meekeren, was chirurgijn. De naam van het pand verwijst naar zijn beroep. De eenhoorn was namelijk het symbool van artsen en apothekers, vanwege de medicinale kracht die werd toebedeeld aan de hoorn. In 1850 was de hofstede in bezit van Jan Jacob Beerekamp, koopman te Amsterdam, die dat jaar ook het verderop gelegen Klein Dantzig aankocht.

 

De gevelsteen op het pand beeldt een vergulden eenhoorn uit. Foto uit 1944

Boeren gebruik

Voor de stadsuitbreiding moesten veel hofsteden wijken en langzamerhand werden de daaromheen liggende weilanden bebouwd met woningen en kantoorgebouwen. Den Vergulde Eenhoorn bleef echter lang in gebruik als boerenbedrijf en het is de enige, overgebleven hofstede in zijn soort in Watergraafsmeer. Vereniging ‘Ons Huis’ gaf in de jaren zeventig van de vorige eeuw aan Den Vergulden Eenhoorn de nieuwe functie van buurthuis. Tegenwoordig wordt een deel van de gebouwen nog altijd zo gebruikt.

 

Schilderij uit 1938 van Martin Monnickendam. Rechten: St. Vrienden van de schilder