Schaarste en werkeloosheid

De woningnood die voor de Eerste Wereldoorlog al heerste, was alleen maar groter geworden. Er moest gebouwd worden, maar bouwmaterialen waren duur en goede vaklieden schaars. Betonbouw zou misschien goedkoper zijn, dacht men. Dus om een vergelijking met baksteen te kunnen maken, werden in Betondorp 900 betonnen woningen en 1000 woningen van baksteen gebouwd. De bouw van het dorp zou ook kunnen helpen bij de strijd tegen de werkeloosheid, was het idee.

Overzichtsfoto Betondorp, 1952. Foto: Maria Austria Instituut

Architecten

Jan Gratama (1877-1947) en Gerrit Versteeg (1872-1938), de architecten die ook de woningen aan de Kraaipanstraat ontwierpen, maakten het stervormige stedenbouwkundig ontwerp voor het tuindorp. Voor de bouw van de woningen werden acht architecten ingeschakeld, onder wie Dick Greiner. Hij ontwierp onder meer de gebouwen om de Brink die in 1988 tot rijksmonument werden uitgeroepen. Het architectenbureau Onno Greiner - zoon van Dick - en Martien van Goor herstelde De Brink in oude glorie.

 

De Brink in Betondorp

Bekende Betondorpers

De grote Nederlandse schrijvers Gerard en Karel van het Reve groeiden op in de Ploegstraat. Gerard’s debuutroman ‘De Avonden’ speelt deels in ‘Cementwijk’. Maar de beroemdste Betondorper is natuurlijk voetballer Johan Cruyff (1947). Hij groeide op in de Akkerstraat, niet ver van waar toen het Ajax-stadion stond.

 

Johan Cruijff en wethouder Jan Schaeffer bij de gerenoveerde woningen, 1983. Foto: Frans Busselman