Van boer tot visser en weer terug

Schellingwoude was oorspronkelijk een nederzetting van pionierende boeren. In de vijftiende eeuw verhuisden de dorpelingen naar de dijk, waar rond 1550 vooral vissers en zeelieden woonden. Later konden Schellingwoudenaren, dankzij de komst van de windmolen, het achterland weer ontwateren voor veeteelt en zuivelproductie.

 
Schellingwouderdijk gezien in Noordelijke richting, ca 1950.

Dijkdoorbraken

Schellingwoude lag in de bocht van de Zuiderzee en het IJ, een plek waar de dijk extra moeilijk te onderhouden was. Lange tijd waren boeren verantwoordelijk voor het dijkonderhoud, maar die konden de kosten niet altijd opbrengen en weigerden soms hun medewerking. Er loerde altijd het gevaar van een dijkdoorbraak. De Allerheiligenvloed in 1570 liet een zichtbaar spoor achter, de nog altijd bestaande Schellingwouderbreek. Daar waar de Schellingwouderdijk nog aan het water ligt, buiten de Oranjesluizen, staan geen bomen op de dijk. Ze zijn niet toegestaan door het waterschap, omdat boomwortels de dijk ondermijnen.

 

Schellingwouderdijk gezien in Z.O. richting de brug over het IJ.

Uitzicht op de vooruitgang

In 1872 verbraken de Oranjesluizen de directe verbinding tussen het IJ en de Zuiderzee. Café Land en Zeezicht (lag op nr. 251) - met speeltuin en dansvloer - en de Oranjesluizen, waren een geliefd zondagsuitje voor Amsterdammers. In 1958 was de Schellingwouderbrug de eerste vaste oeververbinding met de overzijde van het IJ. Ook de nieuwste verbinding, de A10 door de Zeeburgertunnel, is zichtbaar vanaf Schellingwoude. Op de Oranjesluizen is nu een overdekt uitzichtpunt over het IJ. Bij de huisartsenpraktijk op Schellingwouderdijk 240 hangt een tegeltableau over de bouw van de Oranjesluizen.

 

Sluismeesterhuis en gedenksteen.