Hoogtijdagen

Aan de weg van Ransdorp naar Schellingwoude, waar nu vrijwel geen huizen staan, woonden aan het einde van de middeleeuwen ruim dertig schippers. Ransdorp had een eigen brouwerij en een grote kerk met een indrukwekkende, rijkversierde toren, die nooit van een spits is voorzien. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) werd Ransdorp grotendeels verwoest door de Spanjaarden én de Geuzen, een klap die het nooit te boven kwam en die een einde maakte aan de glorietijd.

 

Voormalig Raadhuis, jaartal onbekend

De zwaan met de gouden halsband

Ook nadat veel bewoners naar Amsterdam vluchtten, bleef Ransdorp een plek van betekenis. Dit is nog te zien aan het monumentale, in 1652 gebouwde raadhuis, dat onder meer gebruikt werd voor vergaderingen van de Waterlandse Unie (1619-1811). Ransdorp werd gezien als het hoofddorp van de zes ‘bannen’ die zich verenigden, ter bescherming van hun rechten en vrijheden: Ransdorp, Zuiderwoude, Landsmeer, Broek in Waterland, Schellingwoude en Zunderdorp. Boven de entree van het stadhuis prijkt de zwaan-met-gouden-halsband, het wapen van Waterland. De zes pijlen in zijn gestrekte poot, staan voor de zes dorpen van de Unie.

 

Dorpsweg, 1960

Ingelijfd door de hoofdstad

Het lage Waterland werd door de eeuwen heen getroffen door talloze overstromingen, waarvan die in 1916 de laatste was – dankzij de voltooiing van de Afsluitdijk in 1932. Ransdorp kon – net als Holysloot, Durgerdam en Schellingwoude – herstel van de ernstige schade niet opbrengen. De dorpen lieten zich daarom in 1921 vrijwillig inlijven door Amsterdam, de stad die eens hun concurrent was.

 

Dorpsweg met ophaalbrug, 2008. Foto: E. van Eis, Stadsdeel Noord