Wilmkebreekepolder

Rond de vijftiende eeuw werd de Oostzanerdijk meerdere keren weggeslagen bij een stormvloed. Achter de Landsmeerdijk, direct ten oosten van de Oostzanerdijk, ontstond een diepe plas, de Wilmkebreek of Westerbreek. Deze werd in 1632 drooggelegd en is nu één van de oudste en kleinste poldertjes van Nederland. In het voorjaar broeden in dit kleine natuurgebiedje onder andere grutto’s en tureluurs.

 

Voormalige sluis Zijkanaal 1, 1895

Winterse melk

De Oostzaanse boeren hadden een bijzondere specialiteit: ze molken niet alleen ’s zomers, maar ook in de winter. Er was namelijk in deze streek het hele jaar door genoeg goedkoop veevoer, gemaakt van afval uit Zaanse olie- en pelmolens en stijfselmakerijen. Op de plek waar de Oostzanerdijk, de Kometensingel en de Appelweg bij elkaar komen was tot 1966 de Oostzaanse overtoomsluis. Hier vertrokken de melkschuiten naar de stad.

 

Dijkhuizen, 1957

Handel en scheepvaart (traankokerij)

Een heel enkele keer lagen er naast handelsschepen, ook hele walvissen aan de Oostzanerdijk. Veel Oostzaanse schippers en scheepseigenaren verdienden in de zeventiende eeuw hun brood met de vangst van walvissen bij Spitsbergen en de Noordkaap. De stinkende traankokerijen stonden veelal aan de Oostzanerdijk, zo ver mogelijk van de dorpskern verwijderd. Niet alleen traan, maar ook de flexibele plasticachtige ‘walvistanden’ (baleinen) werden verhandeld. In 1669 had de traankokerij van Willem van den Broek aan de Oostzaanse overtoomsluis er maar liefst 5000 op voorraad.

 

Nieuwe Dijkhuizen 2006