Eeuwige sneeuw

Op haar negentigste verjaardag kocht Elisabeth D’Admiraal – de vrouw van de toen reeds overleden oud-burgemeester van Monnickendam Roelof de Leeuw – voor 350 gulden het Jan Betten Ven in de Buiksloterhampolder. Ze bouwde er een molen, die haar naam kreeg. Tussen 1792 en 1942 maalde D’Admiraal vooral krijt, dat onder meer werd gebruikt als verfstof. Daarnaast werd tras (tufsteen) gemalen, wat samen met kalk een ‘harde’ metselspecie oplevert. Soms leek het alsof het rond de molen had gesneeuwd: alles was bedekt met een dun laagje krijt.

 

Molen d'Admiraal, 1927

Laatste molenaar

De laatste molenaar die van de molen leefde, was Daniël Melchers. Hij deed het werk vanaf 1897 en hield er in 1954, op 87-jarige leeftijd, mee op. Melchers plaatste eerst een stoommachine en vervolgens een oliemotor en een electromotor in de molen, om ook bij minder wind te kunnen malen.

 

Molen d'Admiraal, 2005

In actie voor de molen

D’Admiraal is de enige overgebleven molen van de veertien die in de omgeving stonden. Toen Melchers stopte, raakte de molen in verval. Een aantal inwoners van Noord begon een stichting om D’Admiraal te redden. Met succes: na een restauratie is de molen sinds 1967 weer in gebruik. Sinds die tijd maalt hij weer krijt en sinds 2009 zijn de krijtschuren herbouwd. D’Admiraal, nu een rijksmonument, is op afspraak open voor publiek.

 

Molen d'Admiraal, 2008. Foto: E. van Eis, Stadsdeel Noord.