Van Spijker naar Spyker

Het voormalige fabrieksgebouw is een goed voorbeeld van de kleinschalige bedrijfsactiviteit die de Pijp heeft gekend; een grootschaliger voorbeeld hiervan is Asschers diamantfabriek. Spijker maakte al gauw naam en werd zelfs hofleverancier voor het Koninklijk Huis. In 1899 vestigde het bedrijf zich in een gloednieuw fabriekscomplex op de hoek van de Amsteldijk en de Trompenburgstraat. De naam Spijker werd veranderd in het meer internationaal ogende Spyker.

 

Rijtuigenfabriek Gebroeders Spijker, 1898

Tegenspoed

Aan de voorspoed van het bedrijf kwam binnen enkele jaren een einde door het overlijden van Hendrik Spijker in 1907 en het onvermogen van zijn broer Jacobus om de bedrijfsleiding te voeren. In 1908 ging de Spykerfabriek dan ook failliet. Nog in hetzelfde jaar werd de onderneming onder een andere directie voortgezet (nu ook wel bekend onder de naam Industrieele Maatschappij Trompenburg).

 

De picolo, saluerend bij de ingang van het fabrieksterrein aan de Amsteldijk, 1915

Faillissement

Tijdens de Eerste Wereldoorlog richtte men zich op de carrosseriebouw en is zelfs gefuseerd met een vliegtuigfabriek. Na de Eerste Wereldoorlog floreerde het bedrijf opnieuw, maar door vooral Amerikaanse concurrentie viel in 1926 definitief het doek. De lopende orders werden overgenomen door Fokker. De naam Spijker leeft overigens nog altijd voort in de tegenwoordige Spyker Cars N.V.

 

Een werknemer is bezig met de wielen van de Gouden Koets in de fabriek, 1898