Polder

Vanaf de elfde eeuw ontstond het landelijk gebied dat de naam Binnendijkse Buitenveldertse polder kreeg. Vanaf de zeventiende eeuw verrezen her en der boerderijen, herbergen en luxe buitenhuizen voor rijke Amsterdammers. In de loop van de tijd vestigden zich er bovendien ambachtslieden, zoals stoelenmatters, scharenslijpers en hoedenmakers.

Polderhuisje met steen en dak ter hoogte van de huidige Rustenburgerstraat, 1899.

Opkomst woningbouw

De timmerman Jan van Bemmel vroeg in 1865 toestemming om in deze polder ‘een Huis van steen, met pannen gedekt’ te mogen bouwen – het huidige ‘polderhuisje’. Van Bemmel was een zogenoemde ‘eigen-bouwer’: een projectontwikkelaar avant la lettre. Ondertussen zorgde de komst van bedrijven als de Heineken Brouwerij in de tweede helft van de 19e eeuw ervoor dat zich nog meer arbeiders in dit gebied vestigden. Daardoor werd de woningnood zo groot dat de hele buurt bebouwd moest worden.

Het polderhuisje staat nog fier overeind, 2005.

De Pijp

Het gebied, dat tot de gemeente Nieuwer Amstel behoorde, werd in 1896 door Amsterdam geannexeerd, zodat de stad naar het zuiden uit kon breiden. De bestaande bebouwing bleef aanvankelijk grotendeels behouden. De nieuwbouw werd op opgespoten zand gebouwd, waardoor er een hoogteverschil ontstond. Tegenwoordig is het polderhuis een van de laatste overgebleven voorbeelden van voorstedelijke woonhuisarchitectuur in de Pijp. Het werd in 2000 als gemeentelijk monument aangewezen en op initiatief van de bewoner tussen 2000 en 2006 duurzaam gerestaureerd.

Restauratie van het polderhuisje, 2002.