Wonen zonder douche

Tot ver in de 19e eeuw maakte alleen de elite gebruik van (privé)badhuizen. Om de volksgezondheid te verbeteren kon het gewone volk vanaf eind 19e eeuw baden in openbare badhuizen. Het badhuis was een welkome aanvulling in de Diamantbuurt, die tussen 1920 en 1930 uitgebreid werd met een flink aantal woningen zonder douche. Lange tijd was het vooral op zaterdag druk, als mensen hun wekelijkse bad namen. Vaker douchen of baden was toen nog te duur.

 

Het badhuis aan de Diamantstraat, 1926.

Ontwerp keer drie

Dit badhuis is als derde gebouwd in de reeks van cirkelvormige gemeentelijke badhuizen in Amsterdam. Het ontwerp is van Arend Jan Westerman. Deze architect werkte van 1914 tot 1921 bij de Dienst der Publieke Werken van de gemeente Amsterdam. Alleen het eerste badhuis kwam tijdens zijn aanstellingsperiode tot stand. De twee latere badhuizen, inclusief deze in de Diamantbuurt, worden daarom ook wel aan een andere architect toegeschreven.

 

Interieur van het Badhuis, 1985.

Openbare functie

Omdat het badhuis openbaar toegankelijk was, werd het een belangrijke ontmoetingsplek voor de buurt. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbood de Duitse bezetter het gebruik door de joodse buurtbewoners. Het badhuis behield tot ver na de oorlog haar functie. Pas in de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen de woningen in de Diamantbuurt eindelijk een douche kregen, werd het badhuis gesloten. Er is nog geen nieuwe (openbare) functie voor gevonden.

 

Zicht op het ketelhuis van het badhuis, 1985.