Burgerrechten

Onder invloed van de Franse Revolutie kregen joden in Nederland in 1796 gelijke burgerrechten. De joodse gemeenschap was toen nog sterk naar binnen gekeerd. Enkele prominente joden werden politiek actief. Zij streefden naar spoedige emancipatie en integratie van de joden in de Nederlandse samenleving.

 

Deze synagoge was ooit de zetel van de opperrabbijn. Sinds 1950 niet meer gebruikt als synagoge

Neie Kille

Behoudende rabbijnen wilden van vernieuwingen niets weten. De vernieuwingsgezinde elite stichtte daarop een eigen gemeente. Er ontstond een strijd tussen de nieuwe gemeente (Neie Kille) en de oude gemeente (Alte Kille). Deze strijd werd beslecht door koning Lodewijk Napoleon. De leden van de Neie Kille moesten terugkeren naar de moedergemeente. Tegelijk werden er wel ingrijpende hervormingen aangekondigd.

 

Prent met interieur van de synagoge aan de Rapenburgerstraat 173, circa 1800

Zetel Opperrabbijn

Voor alle Nederlandse gewesten werd een opperrabbijn aangesteld. Deze moest erop toezien dat de hervormingen binnen de synagoge werden doorgevoerd, zoals het gebruik van Nederlands in de synagoges, ter vervanging van het Jiddisj. In Amsterdam werd deze synagoge de zetel van het opperrabbinaat.

 

Davidster in vloer van de hal. Foto: Roeland Koning

Nederlands Israëlietisch Seminarium

Ook de opleiding voor rabbijnen werd gemoderniseerd. Aan de Rapenburgerstraat 175-179 (rechts van de synagoge) werd in 1839 het Nederlands Israëlietisch Seminarium gevestigd. Rector en later opperrabbijn J.H. Dünner (1833-1911) heeft de opleiding een academisch karakter gegeven. Generaties rabbijnen hebben hier hun opleiding genoten. In de oorlog zijn de laatste zestig studenten weggevoerd en vrijwel allemaal vermoord.