Waarom de Oostertoegang?

Eind 19e eeuw verschilde men van mening over de plaats van het Centraal Station. Het Rijk vond de haven de meest geschikte plek. Amsterdam was het daar niet mee eens. Dat zou de stad afsnijden van de haven en welvaart. In 1869 besloot de regering Thorbecke toch tot aanleg midden in het nog open IJ. Er werden 3 kunstmatige eilanden aangeplempt. Daaroverheen kwam de spoorlijn. Het Centraal Station werd gebouwd op het middelste eiland (1881-1889). Om Amsterdam via het water bereikbaar te houden, werd op 3 plaatsen in de spoorlijn een doorgang voor de scheepvaart gemaakt. Zo ontstonden Oostertoegang, Westertoegang en de doorgang naar de Korte Prinsengracht ter hoogte van de Haarlemmer Houttuinen. Voor die tijd een technisch hoogstandje. Later werden schepen steeds groter. Zo verloren de toegangen hun functie. De Oostertoegang is nu zelfs helemaal afgesloten voor scheepvaart.

 

Afbeelding 1: Oostertoegang in 1894. Foto Jacob Olie.

Betekenis leeuwenbeelden

De 3 spoorviaducten werden versierd met 22 levensgrote leeuwenbeelden. Leeuwen met het stadswapen bewaakten het Amsterdamse scheepvaartbelang. Leeuwen met het Rijkswapen bewaakten het nationale belang van de doorgetrokken spoorlijn. Het is verleidelijk om de leeuwen met wapenschilden te zien als verbeelding van de moeizame discussie tussen stad en Rijk over de locatie van het Centraal Station.

 

Gezicht naar de Schreierstoren en de St. Nicolaaskerk vanaf de Oostertoegang. Foto 1891-Jacob Olie.

Waar zijn de leeuwen gebleven?

Alle leeuwen verdwenen door modernisering van het spoor. De laatste 4 verhuisden omstreeks 1969 naar het Beatrixpark. Het Genootschap Leeuwen van het CS heeft de huidige verblijfplaats van 15 leeuwen gevonden. Kijk op www.leeuwencs.nl. Naar 7 leeuwen wordt nog gezocht.

 

 Een van de vier leeuwen in het Beatrixpark, die ooit op de Oostertoegang stonden. Foto uit 2012.