De onderwijswet van 1857

De invoering van de onderwijswet in 1857 betekende aanvankelijk het einde voor het joodse dagonderwijs. Scholen moesten aan nieuwe landelijke normen voldoen en religieus onderwijs werd niet gesubsidieerd. Joodse kinderen gingen naar openbare scholen. ’s Middags en in het weekend gaven leraren van de joodse gemeente les over de joodse traditie.

 

Zijaanzicht van de voormalige Palacheschool. Foto: Stadsarchief Amsterdam.

Vereniging Kennis en Godsvrucht

In 1895 en definitief in 1920 werd de wet bijgesteld, waardoor overheidssteun voor het bijzonder onderwijs mogelijk werd. De vereniging Kennis en Godsvrucht werd door de onderwijzer Herman Elte opgericht, met als doel scholen te stichten waarbij godsdienstonderwijs deel uitmaakte van het curriculum. Als eerste kwam de eigen Herman Elteschool aan de Nieuwe Achtergracht onder beheer van de vereniging. Er volgden onder meer een joodse MULO en een joodse HBS.

Begrafenisstoet voor Opperrabbijn I.J. van Palache, 1926. Internationaal Persfoto Bureau N.V.

Palacheschool

In 1929 werd de Palacheschool aan de Lepelkruisstraat door de vereniging Kennis en Godsvrucht in gebruik genomen. De naamgever was de Portugees-Israëlitische opperrabbijn Isaac Palache (1858-1926), die kort tevoren was overleden.

Voormalige Palacheschool, inmiddels verbouwd tot woningen. Foto: Stadsarchief Amsterdam.

Centrale gaarkeuken

De school was een kort leven beschoren. Tijdens de Duitse bezetting zijn de meeste leerlingen met hun ouders gedeporteerd, waarna de school is opgeheven. In de laatste oorlogswinter was hier een uitgiftelokaal van de centrale gaarkeuken ondergebracht. De school ging na de oorlog verder als (niet-joodse) Brugmaschool. Nu zijn er verschillende woongroepen in gehuisvest.