Jodenkerkstraat

Het deel van de Nieuwe Kerkstraat tussen Amstel en Roetersstraat werd voor de oorlog ook wel Jodenkerkstraat genoemd. De bewoners waren overwegend joods en er waren diverse joodse instellingen, waaronder enkele synagogen en een vleeshal waar koosjer vlees werd verkocht.

Het Nieuw Reinigingshuis Nederlands-Israelitische Gemeente, 1927. Foto: Stadsarchief Amsterdam.

Joods zorgcomplex

Tussen de Nieuwe Keizersgracht en de Nieuwe Kerkstraat bevond zich een groot joods zorgcomplex, waar het metaarhuis een laatste restant van is. Aan de gracht bevond zich vanaf 1833 tot 1943 het Nederlands Israëlietisch Ziekenhuis. Daarnaast stond een krankzinnigengesticht, dat in 1921 is overgeplaatst naar Apeldoorn. Een groot tehuis voor joodse oude lieden, rechts van het metaarhuis, heeft inmiddels plaats gemaakt voor sociale woningbouw.

Het huidige aangezicht van Kerkstraat 127. Foto: Roeland Koning.

Overlijden en begraven

In het metaarhuis werden overleden patiënten volgens joodse traditie gewassen en afgelegd. Vervolgens konden zij naar één van de joodse begraafplaatsen te Zeeburg, Diemen of Muiderberg worden gebracht. Niet zo vreemd dat dit afscheid aan de achterzijde van het ziekenhuis gebeurde. Een vermanende uitdrukking uit die tijd was dan ook: ‘Aan de Keizersgracht erin en aan de Kerkstraat eruit’: Pas maar op, straks loopt het niet goed met je af!,

Limonadefabriek

De strakke gevel uit 1926 van architect Harry Elte (1880-1944) was oorspronkelijk gesierd met beeldhouwwerk. Boven de deur stond een Hebreeuwse tekst uit het boek Job. Deze details zijn verdwenen tijdens een ingrijpende verbouwing in 1964. Later kwam hier een wijnhandel en limonadefabriek. ,