Amsterdamsche Bank

In 1871 werd de Amsterdamsche Bank opgericht. De eerste directeur was de joodse advocaat Frederik Salomon van Nierop (1844-1924). Deze positie behield hij gedurende vijftig jaar. Van Nierop was politiek actief voor de Liberale Unie. Daarnaast heeft hij veel betekend voor de joodse gemeenschap.

 

Sarphatistraat 47-55. Foto: Jan van Dijk

Bank voor de diamanthandel

De Amsterdamsche Bank had veel joodse klanten en was daardoor nauw verbonden aan de diamantindustrie. Met de komst van de Diamantbeurs naar het Weesperplein in 1910 opende de bank aan de Sarphatistraat 29-31 een filiaal speciaal voor de diamanthandel. Handel en kredietverstrekking in deze branche ging via coderekeningen en berustte goeddeels op vertrouwen. In 1928 betrok de bank een nieuw gebouw op nummer 47-55.

Liro bank

Tijdens de oorlog heeft de Duitse bezetter in dit pand de beruchte roofbank Lippman-Rosenthal (Liro) gesticht. Om vertrouwen te wekken werd opzettelijk de naam gebruikt van een gerenommeerd joods bankiershuis in de Nieuwe Spiegelstraat. Al het joodse vermogen moest hier worden ingeleverd, inclusief juwelen, kunst, waardepapieren en onroerend goed. De Liro-bank beheerde naar schatting 3 tot 4 honderd miljoen gulden aan joods vermogen. De Nazi’s gebruikten dit geld ondermeer om activiteiten van de Joodsche Raad en de bouw en exploitatie van Kamp Westerbork te betalen.

Theater Instituut

De Amsterdamsche Bank (sinds 1964 AMRO Bank en in 1990 gefuseerd tot ABN-AMRO Bank) keerde na de oorlog terug in het bankgebouw. In 1996 kwam een grote fraude met coderekeningen aan het licht. Als gevolg daarvan werd het speciale bankfiliaal voor de diamanthandel opgeheven. Sinds 2009 heeft het Theater Instituut haar intrek genomen in dit pand.