Joseph Roth (1894-1939)

Waarom koos de Oostenrijkse schrijver Joseph Roth in 1936 juist voor het Eden Hotel, indertijd gevestigd op deze locatie in de Warmoesstraat? Hij was verzot op het carillongeluid van de nabijgelegen Oude Kerk. Bovendien wandelde Roth graag vanaf het hotel naar de Nieuwmarkt waar de oudste Amsterdamse joodse buurt begon en hij zich thuis voelde. Aan het eind van de middag werd de schrijver met een bootje van zijn hotel naar het Damrak gebracht, waarna een kroegentocht begon langs journalistencafés als Scheltema en kunstenaarssociëteit De Kring op het Leidseplein. Met zijn walrussnor en stevige alcoholinname was hij een opvallende verschijning. Roth was bekend in de literaire kringen van de stad en had goede contacten met andere schrijvers, journalisten en uitgevers van Duitse emigrantenliteratuur. Ook de eigenaar van het Eden Hotel had een zwak voor hem: hij verschafte zijn door chronische geldzorgen geplaagde gast gratis onderdak. Roth verwerkte zijn Amsterdamse verblijfplaats, de eigenaar en de overige gasten in de roman Biecht van een moordenaar. Zijn verblijf eindigde echter in mineur. In het hotel werd Roth bestolen door de chef de réception. Teleurgesteld verliet hij de stad en keerde nog slechts sporadisch terug. In mei 1939 overleed de schrijver in Parijs aan de gevolgen van zijn liederlijke leven.

 

De achterzijde van Warmoesstraat 24: het Eden Hotel waar Joseph Roth in 1936 verbleef.