Joost van den Vondel (1587–1679)

De ‘prins der Nederlandse dichters’, Joost van den Vondel, nam op 44-jarige leeftijd de kousenhandel van zijn vader in de Warmoesstraat over. Vondel schreef een enorm aantal toneelstukken, gelegenheidsgedichten en spotverzen. Zijn werk is nauw met Amsterdam verbonden. Zo schreef hij gedichten voor de inwijding van het Stadhuis en het Athenaeum Illustre. De nieuwe Stadsschouwburg werd geopend met zijn toneelstuk Gysbreght van Aemstel. Ook bij allerlei andere festiviteiten trad Vondel op als (officieuze) stadsdichter. Op zijn oude dag deed Vondel de kousenwinkel over aan zijn zoon. Die richtte de zaak echter binnen een paar jaar te gronde. Vondel moest toen als klerk bij de Bank van Lening gaan werken. Op tachtigjarige leeftijd werd hij daar met behoud van zijn jaargeld uit zijn functie ontheven. Vondel stierf op 5 februari 1679, 91 jaar oud. Hij werd drie dagen later begraven onder de vloer van de Nieuwe Kerk op de Dam. Zijn kist werd gedragen door veertien collega-dichters en bewonderaars. In zijn laatste jaren had de oude dichter het steeds zó koud, dat hij al een passend grafschrift had gedicht:,

‘Hier leit Vondel zonder rouw,
Hy is gestorven van de kouw.’

 

Gysbrecht van Aemstel door Joost van den Vondel, 1637. Foto: Stadsarchief Amsterdam.