Jan van Speijk (1802–1831)

De Amsterdamse weesjongen Jan van Speijk groeide op in het Burgerweeshuis aan de Kalverstraat, waar nu het Amsterdam Museum is. Hij werd opgeleid tot kleermaker, maar koos vervolgens voor een loopbaan op zee. Van Speijk ging bij de marine en verwierf in Nederlands-Indië faam als de ‘schrik der zeerovers’. Toen België zich in 1830 afscheidde van Nederland, was Van Speijk commandant op een kanonneerboot. Op 5 februari 1831 voer hij op de Schelde bij Antwerpen. Toen een harde wind zijn schip naar de oever dreef, sprong een menigte boze Belgen aan boord. ‘Dan liever de lucht in,’ zou Van Speijk gezegd hebben. Hij gooide een brandende sigaar in de kruitkamer van het schip. Van Speijk zelf, zijn bemanning en veel Antwerpenaren kwamen om. Door zijn leven – en dat van veel anderen – op te offeren bereikte Van Speijk in Nederland een ongekende heldenstatus. Zijn lichaam werd met veel vertoon bijgezet in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Ook in het Burgerweeshuis kwam een gedenksteen. Koning Willem I besloot dat er bij de marine altijd een schip zou varen met de naam Van Speijk.

 

Houtgravure over het leven van Jan van Speijk door Alexander Cranendoncq, ca. 1835.