S.W. Josephus Jitta

Het statige herenhuis met hoge stoep en sierlijke deurlijst was in de 19e eeuw het woonhuis van Simon Wolff Josephus Jitta (1818-1897). Deze maatschappelijk betrokken koopman was ruim 25 jaar lid van de Amsterdamse gemeenteraad. Hij was een belangrijke motor achter de aanleg van het Noordzee Kanaal om de Amsterdamse economie te bevorderen.

 

Dit woonhuis van S.W. Josephus Jitta was tijdens de oorlog de hoofdzetel van de Joodse Raad.

Joodse Raad

Veel grimmiger is de geschiedenis van deze plek tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op 25 oktober 1941 werd de Joodse Raad opgericht. Deze organisatie gaf de schijn van joods zelfbestuur. In feite was het een instrument van de bezetter om de selectie en deportatie van joden geruisloos te laten verlopen.

 

De entree van de Nieuwe Keizersgracht 58. Foto: Stadsarchief Amsterdam.

Asscher en Cohen

De twee voorzitters van de Raad, Abraham Asscher (1880-1950) en David Cohen (1882-1967), meenden door medewerking te verlenen een deel van de joodse gemeenschap te kunnen beschermen. Het bestaan van vernietigingskampen kon men toen nog niet bevroeden. De Joodse Raad had vele vestigingen door heel Amsterdam voor ‘hulp aan vertrekkenden’, gezondheidszorg, onderwijs en voedseldistributie.

De schijn van bescherming

De medewerkers van de Raad en hun gezinnen waren vrijgesteld van deportatie. Iedereen probeerde er een baantje te krijgen. Uiteindelijk had de Raad meer dan 17.000 mensen in dienst. Steeds meer joden werden gedeporteerd. In juli 1943 waren de medewerkers van de Joodse Raad zelf aan de beurt, inclusief de twee voorzitters. Van de 110.000 uit Nederland gedeporteerde joden zijn er ruim 104.000 in Duitse vernietigingskampen omgebracht.