Industrialisatie

De bewerking van diamant was aanvankelijk een huisnijverheid. In de 19e eeuw leidde de industrialisatie tot schaalvergroting. De eerste diamantfabrieken waren aangedreven op paardenkracht. Het onderhoud van de paarden was duur. Stoomenergie bood een goed alternatief. Zo werd de diamantindustrie één van de eerste sectoren die overstapte op stoom.

 

Voormalig gebouw van Diamantslijperij. Sinds 1964 wordt het gebouw gebruikt door de UvA.

De oudste diamantfabriek

Om het financiële risico te spreiden, besloten 51 juweliers in 1845 samen te werken in de Diamantslijperij Maatschappij. Aan de Nieuwe Achtergracht werd een nieuwe fabriek gebouwd. Het is de oudste als zodanig gebouwde fabriek in de stad. De Maatschappij had geen personeel in dienst, maar verhuurde slijptafels per dagdeel. Het behield decennialang een monopolie op het slijpen.

Uitbreiding

Na 1870 nam de concurrentie toe. De Diamantslijperij Maatschappij breidde uit en bleef één van de grootste slijperijen. Langs de gracht kwamen nieuwe fabrieksgebouwen. De toegangspoort bood toegang tot de binnenplaats. In 1895 telde de fabriek 613 slijptafels, 430 zaagmachines en 10 snijderswerkplaatsen.

UvA

De fabriek is met een onderbreking gedurende de Tweede Wereldoorlog voortgezet tot 1964. Veel van de joodse diamantarbeiders waren weggevoerd en omgebracht en er dienden zich geen nieuwe slijpers aan. De gebouwen zijn door de Universiteit van Amsterdam in gebruik genomen voor colleges. Nu is hier het kloppend hart van het activiteiten centrum CREA gevestigd.