Casparus Barlaeus (1584–1648)

Caspar van Baerle (in het Latijn Barlaeus) was een van de bekendste geleerden van zijn tijd. Hij was hoogleraar filosofie aan de Leidse universiteit en daarnaast predikant, schrijver en dichter. Toen Amsterdam in 1632 een eigen hogeschool kreeg, het Athenaeum Illustre, trok het stadsbestuur Barlaeus aan als een van de eerste twee hoogleraren. Het Athenaeum Illustre (‘Doorluchtige School’), gevestigd in de Agnietenkapel op de Oudezijds Voorburgwal, was de eerste instelling voor hoger onderwijs in Amsterdam. Voor die tijd konden Amsterdammers in hun eigen stad alleen naar de Latijnse School (een soort gymnasium). Het lesprogramma van het Athenaeum leek op dat van een universiteit, maar promotierecht had de hogeschool niet. Op 8 januari 1632 opende Barlaeus’ collega Gerardus Vossius het Athenaeum met een rede over het nut van de geschiedenis. Een dag later hield Barlaeus zijn oratie over de mercator sapiens, de wijze koopman die ook goed thuis was in de wetenschap. Tot zijn dood bleef Barlaeus hoogleraar in de wijsbegeerte en de welsprekendheid aan het Athenaeum Illustre. In 1877 werd het Athenaeum verheven tot Universiteit van Amsterdam, waar ook gepromoveerd kon worden.

 

Casparis Barlaei orationum liber, boek met redevoeringen van Caspar Barlaeus, 1643.