Amsterdam diamantstad

Vanaf de 17e eeuw was Amsterdam dé diamantstad van de wereld. Vrijwel alle geslepen diamanten werden hier geproduceerd. Joodse handelaren hadden de bewerking van diamant rond 1600 in Amsterdam geïntroduceerd. Er bestond geen gilde voor het diamantvak, waardoor joden hierin onbeperkt konden werken.

 

Diamantslijperij Boas aan de Nieuwe Uilenburgerstraat 173. Foto: Stadsarchief Amsterdam.

Gebroeders Boas

Kort na 1870 groeide het diamantvak sterk door een grote diamantvondst in Zuid-Afrika. Ook de gebroeders Boas profiteerden daarvan. Hun vader was schoenmaker, maar de broers Israël, Markus en Hartog leerden het diamantvak en bouwden op Uilenburg de grootste fabriek van die tijd, met 357 slijpers, 122 verstellers en 142 leerlingen.

 

Ceremonie op de binnenplaats van stoomdiamantslijperij Gebroeders Boas. Foto: Stadsarchief.

Optimaal daglicht

Kenmerk van een diamantfabriek is het grote aantal ramen. Optimaal gebruik van daglicht was nodig om de geslepen steentjes goed te kunnen bekijken. In de fabriek zaten de slijpers zij aan zij, aan lange werkbanken met daarop de slijpmolens. Deze snel draaiende molens werden aangedreven door stoomenergie. Het ketelhuis van de stoommachine en de schoorsteen zijn nog aanwezig op het plein voor de fabriek.

 

Tegenwoordig zetelt Gassan Diamonds in het Boasgebouw aan de Uilenburgerstraat. Foto: Pauline.

Gassan Diamonds

Tijdens de economische crisis van 1930 kwamen veel diamantfabrieken in de problemen. De Boas-fabriek is overgegaan op andere bedrijvigheid. Het bood onderdak aan een textielhandel, een kousenfabriek en een verffabriek. In 1989 werd het gebouw verkocht aan Gassan Diamonds, die het diamantbedrijf terug bracht op Uilenburg. De slijperij is toegankelijk voor bezoekers. Er is een tentoonstelling over het diamantvak en er wordt nog geslepen.